© Made by PA0ABM 2020 (all rights reserved)
Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1966-01 vrij vertaald door PA0ABM Gus Browning story, Deel 09 Poging mislukt Ik was op het eiland Mahé in de Seychellen, samen met W0AIW, W0MAF, W0UQV en Harvey Brain, VQ9HB. Het doel van die samenkomst was een DXpeditie naar Agalega of de Aldabra eilanden te ondernemen. Harvey had al een boot gehuurd. We wilden direct vertrekken na onze aankomst in Mombasa, Kenya, maar de boot was verre van zeewaardig. Of de boot na een paar dagen reparatie wel kon vertrekken was niet zeker. De jongens hadden niet veel tijd meer om te wachten tot de boot klaar was. Ik had tijd zat, maar mijn probleem was geld. Na veel geklets en noeste arbeid was de boot toch min of meer zeewaardig. Harvey kocht de noodzakelijke goederen bij Temolgee’s Store, en samen met onze apparatuur werd alles aan boord gebracht. De zender werd vastgebonden op een tafel en de “putt putt” (generator) werd verankerd aan dek. Het kookfornuis en de Jerrycans met benzine stonden midden op het dek, ook vastgesjord met touwen. En samen met Macan de kok met een grote zak rijst, met Mike en zijn zee hengels, en met Harvey en zijn zwarte kat begonnen we aan onze volgende DXpeditie. Harvey maneuvreerde de boot gemakkelijk vanaf de pier tussen de boeien en andere obstakels door naar open zee. Mike begon te vissen met zijn diepzee hengel. De vislijn was wel 50 meter lang. Macan begon meteen zijn kookfornuis te gebruiken. Dat ding stond vastgesjord boven op een hoop zand op het dek, van ongeveer 10 centimeter dik.. Kookfornuis was wel een hoogdravende beschrijving van het ding. Het was niet meer dan een stel ijzeren staven die met elkaar verbonden waren. En boven op deze constructie konden twee pannen gezet worden. De pannen werden verwarmd door een houtvuurtje. Het geheel was het best te beschrijven als de voorloper van de BBQ. De vonken waaiden overal heen, een veilig idee met die benzine voorraad op het dek. Ik was niet bang voor die vonken, de boot was goed verzekerd. Port Victoria verdween in de verte, we waren op weg naar Agalega, een nieuwe DXCC Entiteit. De zee was rustig en de boot schommelde in een regelmatig ritme over de golven. Ik noemde het de Mahé- twist. Ik was nog nooit op zee geweest, en ik genoot van de Mahé-twist. Maar na een paar uur genoten te hebben van de beschutting van Mahé eiland werd het toch wat anders. We waren op open zee, en de Mahé twist werd de Seychellen-twist. Macan was druk met het koken van rijst en het bakken van de vis, waar de kop nog steeds aan zat. Hij gebruikte een soort olie en zorgde ervoor dat de vis bleef uitzien als ongebakken vis. Doc bleef de vis en de rondvliegende vonken met argusogen in de gaten houden. Daar voeren we dan, vier landrotten op zee, 50 graden oost en 12 graden zuid op reis met een smalle zeilboot, uitgerust met een kleine dieselmotor. En als er geen wind bestond dan was dit best een zeewaardig vervoermiddel met Harvey aan het roer. Luxe was totaal afwezig. We sliepen in swingende hangmatten. De geur van diesel, kerosine, vis, en een vleugje petroleum was voortdurend aanwezig. En natuurlijk de geur van ongewassen en zwetende mannenlijven. En de geur van de zwarte kat natuurlijk. Maar ja, zeuren was er niet bij. We waren toch bezig met een DXpeditie. We zaten toch niet thuis in de shack achter onze kilowatt transmitter en de ontvanger afgestemd op de band, zodat we geen minuut van het spektakel zouden missen. We waren op weg naar een hele goeie – Algalega Island - , hoe sneller hoe beter dacht ik. Ik herinnerde me de enorme pile ups in Monaco, San Marino en ‘Compione d’Italia, en had trek in meer pile-ups. Natuurlijk waren we QRV als /MM om onze vrienden te informeren dat we op weg waren naar Agalega Island. Het eiland Mahé verdween uit zicht en we waren nu op open zee. Terwijl ik dit artikel over Agalega schrijf zit ik, 6 jaar na dit avontuur, in Israël, en ben als 4X5VB vanuit een Kibboets QRV. Niet alles kan ik mij nu nog herinneren, en de notities die ik in 1959 gemaakt heb, heb ik niet bij me. De Kibboets is een boerderij met grond slechts 2000 acres, en er werken ongeveer 250 volwassenen, zowel mannen als vrouwen. We eten samen in een grote eetkamer. Er is een dagverblijf voor de kleintjes, een kleuterschool voor de wat grotere kinderen en een lagere school voor de jeugd. De meeste bewoners van de kibboets verblijven hier hun hele leven. Hun leven na het pensioen is zeker gesteld in deze vorm van samenleven.. Er is altijd eten, drinken, kleding, medische verzorging voor ze, en ze hebben en een dak boven hun hoofd. Gemiddeld wordt zes uur per dag gewerkt en er is zelfs een zwembad in de kibboets. Genoeg over de kibboets. Een andere vraag. Wie van mijn lezers heeft als eens een hele dag achter elkaar op een kameel gezeten? Dick, YA4A en ik deden dat wel toen we in Afghanistan waren. Dat moest wel, want de kameel was het enige vervoermiddel om ergens te komen. Ik vond die ritjes op het schip van de woestijn niet plezierig, ik werd er zeeziek van. En elke dag, ja ik bedoel elke dag, begon het om 4 uur s’ middags te stormen, en dan werd je gezandstraald. Ik voelde me dan net een nomade. Je zag natuurlijk niks door die zandstorm, maar de kamelen wisten steeds waar ze heen moesten. Dick en ik leken wel twee sjeiks, met vier kamelen achter ons die onze radio spullen en de ‘Put-Put’, mee sjokten. Dat is hardcore DXpedìtìe. Maar je gaat door, want je weet dat je een zeldzaam land of een rare prefix in de lucht brengt. En daar hoort afzien ook bij. Zo hebben Dick en ik heel wat gezien van Afghanistan. Oh ja, we waren natuurlijk ook in de buurt van UI8, UL7 en UM8. Bij de Kyber Pass , een neutrale zone, bezochten we het koninkrijk Swat. We namen contact op met de ARRL om te kijken of we hiervandaan een nieuw land konden activeren. Het zou leuk zijn om op deze manier de DXCC lijst aan te vullen met nieuwe landen. Maar de ARRL gaf een negatief advies over deze ‘New Ones’. Als ze er anders over gaan denken gaan Dick en ik misschien wel terug naar de Kyber Pass. Terug nu naar deDXpeditie naar Agalega Island. Daar op open zee in het diep blauwe water van de Indische Oceaan verliep vooralsnog alles gladjes. Maar dat veranderde snel want plotseling zaten we in een storm. Doc moest zijn vislijm binnen halen en alles aan dek vastsjorren. De Hy-Gain 14 AVS zwiepte alle kanten op. Het zoute water gaf ons een onfrisse zoutdouche. Vonken uit het vuurtje van kok Macan vlogen overal heen over het dek. Het was ‘All Hands on Deck’, iedereen hield zich ergens goed aan vast zodat je niet overboord kon slaan. En Harvey hield de schuit op koers vanuit de kajuit. De storm hield ons drie dagen bezig. In Noord Carolina eten we rijst, dus vroeg ik Macan om een rijst met vis schotel klaar te maken. Maar in plaats van in rijst dreef de vis in olie, teveel olie voor Doc, want hij gooide zijn portie overboord. Ik vond de rijst te droog waarna Macan nog wat extra olie op de rijst gooide. Even later kwam Doc terug maar toe hij de olie van mijn vis zag afdruipen draaide hij zich om en liet nog een restje maaginhoud overboord verdwijnen. ‘Hoe kun je zoiets nog eten Gus’ vroeg hij me toen hij terug kwam. ‘Ik heb honger, en ik vind rijst met vis nu eenmaal heerlijk’ zei ik. ‘En Macan is toch een geweldige kok’. ‘De W0 jongens van Kansas City zagen mij genieten van het heerlijke eten maar bleken zelf toch niet zoveel honger te hebben. Ze namen genoegen met een koude hap uit een blikje. Na het eten startte ik de Putt- Putt en na het geven van een paar keer CQ werd ik aangeroepen door W3CRA en W4TO. Ik kon zelfs met hun hulp een berichte versturen naar mijn XYL Peggy dat we onderweg waren naar Agalega. De hele dag bleef het bewolk waardoor Harvey geen plaatsbepaling kon doen. Intussen had zich zo’n 30 centimeter water verzameld op de boden van de boot. Ik zat continue met mijn voeten in het water terwijl ik QSO’s aan het maken was. Harvey dacht dat de pomp het weer eens begeven had. De WC spoelde ook al niet door, we besloten het toilet maar niet meer te gebruiken. In plaats daarvan sjorden we ons vast aan de mast en hingen buitenboord, net zoals de zeelieden in vroeger tijden. Gelukkig waren er geen haaien in de buurt. Toen ik Harvey vroeg wat onze positie was pakte hij wat zeekaarten en wees resoluut een plek aan niet ver ten noorden van Platt Island. Het was hartstikke donker en de wind en de golven maakten veel lawaai. Verder gaan en proberen aan land te komen was te gevaarlijk, er bevond zich een rif om het eiland. Harvey liet de boot een beetje dobberen, gevaar te dichtbij het rif te komen bestond volgens hem niet. Dus bleef niets anders over dan Putt-Put maar weer op te starten en een paar QSO’s te maken. Met de voeten in de lucht natuurlijk, of je moest natte voeten leuk vinden. En na die paar QSO’s maar de zwaaiende hangmat opzoeken in de hoop niet zeeziek te worden. Gelukkig had Harvey onze positie goed ingeschat en was de boot niet op het rif gelopen. Harvey schoot de zon met zijn sextant en zei dat Platt Island over twee en een half uur zichtbaar zou zijn. En Harvey had gelijk, het eiland leek in eerste instantie een zwarte streep aan de horizon. Bij het eiland aangekomen zocht Harvey naar een doorgang in het rif. En natuurlijk werd die ingang gevonden, en eenmaal binnen het rif waren de golven verdwenen. De bodem van het lagune was duidelijk zichtbaar in het kristal heldere water, dat slechts een metertje diep leek te zijn. Allerlei gekleurde vis was te zien, dus werd het vistuig gepakt en werd ons ontbijt uit het water gehengeld. Een paar leden van onze groep doken het water in en kwamen met mooie koraal boven. Het water was toch iets dieper dan ik dacht, geen meter maar een meter of tien. Maar ja, we waren op weg naar Agalega Island en het weer werd wat onstuimiger. Onze situatie werd besproken, het toilet dat niet functioneerde, en de kapotte pomp waardoor er veel water in het ruim stond. Besloten werd dat, als Harvey de pomp en de WC niet kon repareren, we niet verder zouden gaan naar Agalega Island. Het toilet bleek slechts een klein probleem, maar de pomp was een ander geval. Ook hier was de oplossing simpel. Het demonteren en daarna weer in elkaar zetten van dat ding was de oplossing. De rest van de dag werd besteed aan het installeren van een dieptemeter, meegebracht door de W0-boys. Het apparaat werkte prima, je kon er zelfs een school vis mee lokaliseren. Het weer was intussen nog slechter geworden. Terug de zee op door de ingang van het rif bleek moeilijker dan gedacht. We moesten wachten tot de vloed en met behulp van de stuurmanskunst van Harvey glipten we de zee op, met slechts een paar decimeter tussen het rif en de boot. De golven waren een flink stuk hoger, onze huidskleur was een stuk groener, maar we waren weer op weg naar Agalega. Na een halve dag geknokt te hebben tegen de steeds ruwer wordende zee werd besloten terug te keren naar Mahé, Jee, we waren nog maar een paar honderd mijl van ons doel verwijderd. Ik wou doorgaan, maar niemand luisterde naar mij. Dit was het moment voor mij het besluit te nemen dat ik voortaan een eenzame wolf zou zijn gedurende DXpedìtìes. Je moet wat risico durven te nemen, en soms wat onvoorzichtiger te zijn als je afgelegen gebieden op aarde een bezoek wilt brengen. Veilig terug in Mahé vond ik deze DXpeditie een complete mislukking. Ik nam me voor ooit terug te keren naar dit gebied en naar afgelegen eilanden zou gaan ondanks zeeziekte of ruwe zee. ‘Gus de Zeeman’, een leuk idee. VQ9A werd een paar dagen geactiveerd voordat we verder zouden gaan naar “The state of Bombay” om van daaruit ter te keren naar Mombassa. De reis terug verliep zonder problemen. Aan dek konden we kijken naar vliegende vissen. Die vissen kunnen wel 5 tot 7 meter hoog uit het water komen, en kunne wel 300 meter ver vliegen. Soms valt zo’n vis aan dek. We zagen ook twee walvissen, en elke morgen zagen we bruinvissen die in groepjes van vier de boot volgde. Ik kwam in gesprek met de radio-operator van de boot. Al spoedig hadden we het over het graan dat door de VS naar India werd verstuurd als voedselhulp. Volgens de man, die in Bombay woonde, bereikte deze gift van de VS nooit het gewone volk. In plaats van verdeling verdween dit graan in loodsen, werd daar in naamloze kleine zakken gedaan, en werd daarna verkocht. Van gratis voedsel was dus geen sprake en de man vroeg of de VS niets aan deze handelswijze kon doen. Eenmaal terug in Mombassa moesten we een hele dag wachten voordat de trein vertrok naar Nairobi. Doc gaf me een handvol geld en vroeg me wat houdsnijwerk te kopen. Voordat ik Orangeburg, South Carolina had verlaten was ik langs een zaak gekomen waar ze goedkope plastic juwelen voor een schappelijk prijsje te koop aanboden. Ik was helemaal vergeten dat ik dit junk-plastic gekocht had en in de koffer had gestopt in de hoop deze te ruilen tegen inheemse goederen. Jullie raden het natuurlijk al. Op de markt toonde ik interesse voor verschillend houtsnijwerk maar weigerde ook maar iets te kopen. Terug in het hotel kreeg ik bezoek van de man die mij het houtsnijwerk had willen verkopen. Hij vroeg me terug te keren naar de markt om verder te onderhandelen. Dit was mijn kans en ik sleepte de plastic rommel mee naar de markt. Daar kreeg ik flink wat houtsnijwerk aangeboden en wist het na veel extra onderhandelen en handgeklap te ruilen tegen dat goedkope spul uit Orangeburg. Natuurlijk was Doc zeer tevreden toen hij zag wat ik voor zijn geld aan houtsnijwerk had “gekocht”. En ik ook natuurlijk. Mijn beurs was weer aangevuld. Na deze handeling en nog een paar uur wachten vertrokken we naar Nairobi. Deze keer kon ik logeren bij George, VQ4AQ. Mijn apparatuur, verzonden vanuit Milaan, was daar eindelijk aangekomen. De jongens uit Kansas City maakten nog een toeristisch uitstapje naar VQ1 (Zanzibar). Bij hun terugkeer had ik mijn zaakjes op orde en vertrok ik per bus (op zijn Afrikaans) naar VQ1-land. Gedurende deze reis door de jungle naar Daar-es-Salaam had ik alle tijd te genieten van apen, slangen, leeuwen, olifanten, zebra’s, gazellen, gieren, noem maar op. Ik kan de Afrika-bus aanbevelen, het is een bustocht van 2 dagen van Nairobi naar Dar-es-Salaam. Ik heb nooit kunnen ontdekken waarom transport van mijn apparatuur van Milaan naar Nairobi een maand lang heeft geduurd. Volgende maand vertel ik jullie over mijn ontmoeting met VQ3PBD, Peter Dobs, en over mijn operating activiteiten in VQ1-land, nog een ‘most wanted country’. Ik ben nog steeds op wereldreis en geniet daar elke dag van. En VQ1 wordt land nummer 99 voor mij. Zou ik ooit de 100 halen? Misschien, misschien niet, Gus Lees verder Deel 10

Gus Browning, W4BPD

Agalela in 2020 Agalega is een klein eiland in de Indische Oceaan, 697 miles (1122 Km) ten noorden van Mauritius. Feitelijk bestaat Agalega uit 2 eilanden Het Noord Eiland en het Zuid Eiland. Op het Noord Eiland vind je twee dorpjes, Vinggt Cinq en La Fourche . St. Rita is het enige dorp op het Zuid Eiland. Voor administratieve dingen moet je in Vingt Cinq zijn. Er is geen stromend water aanwezig. Water om te drinken en te koken is in de hoofdzaak regenwater. Water, gebruikt voor andere dingen wordt uit bronnen opgepompt. Er is ook geen riolering. In sommige gebouwen vind je toch toiletten, de afvoer gaat naar septic tanks (soms ten onrechte beerputen genoemd). Lees meer ...
Elephant battery of heavy artillery along the Khyber Pass at Campbellpur, 1895
Het Koninkrijk Swat Gus heeft geprobeert dit stukje van de aarbol als nieuw DXCC Entiteit te laten tellen. TDeze poging is mislukt. Meer over Koninkrijk Swat ..
Platte Island Dit eiland bevindt zich op 05°52′ Zuid en 55°24′ Oost Dit ligt ten zuiden van de Seychellen Bank e n is een van de Zuidelijk Kraal Groep. De afstand tussen Platte eiland en Mahé, het hoofdeiland van de Seychellen, bedraagt 130 kilometer. Het eiland is ongeveer 1300 meter lang en tussen 250 meter in het zuiden en 550 meter breed. in het noorden van het eiland. Het is een zandbank begroeid met wat struikgewas.
Hams - W4BPD - Gus Browning 01