Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-12 vrij vertaald door PA0ABM Gus Browning story, Deel 30 Terug naar Zuid Afrika Na een kort verblijf in Kaapstad bij mijn vrienden Marge en Jack, ZS1RM en ZS1OU vertrok ik naar Kroonstad, een tamelijk grote stad die je ergens tussen Kaapstad en Johannesburg kunt vinden. Op het station van Kroonstad stond mijn goede vriend Syd, ZS4RM me op te wachten. Ik had hem verteld da tik graag mijn naam wou kerven in een van zijn mooie perzikbomen in zijn achtertuin. Ik had geluk want hij had haast al zijn perziken verkocht behalve die enen boom waar de vruchten nog aan hingen. En die waren lekker, geloof me maar. Sys en zijn vrouw namen me mee de tuin in, wezen de boom aan en zeiden “they are yours Gus”. Ik bleef vijf dagen genieten van hun gastvrijheid, en smulde al die dagen van de heerlijke vruchten. Er hingen niet veel vruchten aan de boom toen ik vertrok. Ik kreeg perzikijs voorgeschoteld en natuurlijk ook kleurige perziktaart. Jongens die taart, bedekt met poedersuiker en vers geklopte slagroom, was gewoon “High on the hog”. Niets kan wedijveren met deze pas geplukte perziken in die taart en daarop verse slagroom. Syd bracht me met zijn kleine auto, ik geloof een Volkswagen, naar de stad Welkom. Van hem en de andere ZS4 jongens die ik in Welkom ontmoette kreeg ik het verhaal over de stad te horen. Een paar jaar geleden was de stad niets anders dan een woestijn met hier en daar een boom en een paar struiken. Vroeger stonden hier een paar boerderijen. Tot men goud, dat diep in de grond zat, vond en de woestijn veranderde in goudmijnen. Ik mocht een van die mijnen bezoeken. Ik denk dat ik wel op een diepte van 2300 meter geweest ben. Daar beneden hebben ze grote ventilatoren en in sommige mijnen zelfs airco. Het is op die diepte bloedheet. Het goud zat in gesteente verstopt. Dat gesteente werd op verschillenden manieren losgemaakt. Het goud in die brokken werden bovengronds door een chemisch proces gescheiden van het gesteente. Er lag een brok goud op een smalle tafel. “Als je die brok kunt optillen met een hand mag je het goud hebben” werd er gezegd. Natuurlijk heb ik dat geprobeerd maar helaas pindakaas. Die brok goud woog meer dan 25 kilo. Welkom was perfect ontworpen. Elke straat was kaarsrecht en elk huizenblok en stadswijk was vierkant. Alle huizen waren nieuw, en ieder huis had airco, en voor het huis lag een perfecte grasmat en op elke oprit stond een auto. Iedereen was goed gekleed en iedereen zag er gelukkig uit. Als ik nog jong was, dan zou ik hier wel de rest van mijn leven kunnen slijten. De hams die we bezochten waren echte DXers en hadden ofwel een beam of een quad op het dak van hun huis staan. Blijkbaar hadden ze allemaal een baan waarmee ze veel geld in de la brachten. Het bezoek aan Welkom nam de hele dag in beslag. Terug in Kroonstad was een ontmoeting met veel “Gus Watchers” georganiseerd. Natuurlijk moest ik alles over mijn plannen vertellen. Bij Sid werd ook mijn station opgesteld. Van Syd kreeg ik te horen dat hij het geweldig vond om eens met een echt station QSO’s te kunnen maken. Vooral de Elektronische seinsleutel vond hij een juweeltje. Die keyer was speciaal voor mij door mijn vriend Ed, W3KVQ/2 gemaakt. Ik gebruik die keyer thuis nog steeds, en hij werkt prima. Eigenlijk werk hij elke dag beter en beter. HI. Maar terug naar mijn verhaal. Het werd tijd om Syd en zijn sappige perziken vaarwel te zeggen. Alweer vond ik het jammer te vertrekken, deze keer verder naar Johannesburg. Lamberth, ZS6LM was deze keer de amateur die me van het station afhaalde. Lamberth is een van de beste DX-operators in ZS-land, en is een technicus van de eerste orde. Lamberth maakte de weg vrij voor alle bezoeken aan Basutoland (nu Lesotho genoemd), en had machtigingen voor ons beiden geregeld. En Hij had ook een lijst gemaakt van alles wat er mee moest naar Basutoland. Lamberth was een Nederlander, die voor hij naar Zuid-Afrika emigreerde, een PA0 call had. Niets was aan het toeval overgelaten, we waren voorbereid op alles wat kon gebeuren. Voldoende reservedelen, voldoende eten, een kampeeroventje, conservenblikken, vers fruit, flink wat benzine en olie voor de Putt-Putt (Mijn elektriciteitscentrale). De Putt-Putt was ook gebruikt tijdens mijn ZS9 en LH4 DXpeditie. Dat was een 1KW Onin (Gus bedoelt natuurlijk een Onan generator) met een afgeschermde bougie. Ik had een 10 Kilo Ohm, ½ watt weerstaand gemonteerd om de storing door de bougievonken te elimineren. De Onin as van het 115 Volt type en draaide 4 uur op 1 Gallon benzine. Het olieverbruik was minimaal, een kwart blik motorolie voor elke 30 Gallon benzine. Als ik nu zou moeten kiezen zou ik weer een Onin nemen. Ik heb mijn best gedaan een moderne generator aan te schaffen zo eentje met magneten en zonder koolborstels. Maar steeds weer heb ik ze weer verkocht tegen een redelijke prijs. Misschien dat ik, als ik weer op pad ga, een betere generator kan vinden. Eentje die een stuk kleiner is, dat scheelt enorm in de transportkosten van zo’n apparaat. Jongens denk eraan, het is nooit makkelijk op reis te gaan met 3 koffers vol radiospul en een houten kist met daarin een generator en weinig geld in de beurs om een fooi te geven zodat je makkelijker de douane kunt passeren. En bij die spullen mag ik natuurlijk de honderd rolletjes, dia- films 5 mm en twee fototoestellen niet vergeten. Maar na maanden op avontuur maak je je niet meer druk over deze wereldse zaken. Ik had heel wat verschillende verhalen die ik de douaneambtenaren kon vertellen. Maar wat vertel je als je ontdekt dat geen van die ambtenaren Engels spreekt. Lamberth en Ik waren klaar voor het vertrek naar Basutoland, ZS8. Een kleine aanhanger hing achter de auto van Lamberth, en al onze spullen zaten in de aanhanger. Er kon geen vlieg mee bij. Lamberth wist hoe hij een aanhanger moest beladen. Een zeildoek bedekte de spullen, het mocht dus onderweg regenen. Lamberth sprak tamelijk goed Engels en een beetje Afrikaans. Hoe verder we ons verwijderden van Johannesburg, des te minder werd er Engels gesproken. De reis nam zo’n 13 uur in beslag, van 4 uur in de morgen tot laat in de namiddag. Tot de grens met ZS8 hadden we prima wegen. Basutoland is erg rotsachtig en heeft een zelfbestuur met eigen politie, douane enz. Gelukkig spraken zij wel Engels, maar de laatste 100 kilometer van onze reis kwamen we geen Engelssprekende mensen meer tegen. Dat gaf ons wel een naar gevoel. Vragen om een kop koffie of benzine voor de auto was niet eenvoudig. Het oponthoud aan de grens verliep voorspoedig en al snel waren we weer op weg naar Maseru, 15 kilometer landinwaarts. Na het volgen van een zijweg kwamen we in een heuvelachtig terrein uit bij een meertje, omgeven door groen gras en een paar hoge bomen. Een ideale plek voor onze ZS8 operatie, de bomen konden gebruikt worden voor het ophangen van de antennes. We reden terug naar Maseru om uit te vinden waar we ons konden melden om te vertellen wie we waren, en wat we kwamen doen. Het gebied waar we het meertje hadden gevonden was overheidsgebied, en al snel kregen we de juiste persoon te spreken die ons de gewenste toestemming gaf. Op de terugweg naar het meertje werd nog bij een soort kruidenier gestopt voor het kopen van een paar broden, zo hard als steen (en zwaar ook). Voordat de duisternis inviel kregen we de tent opgezet. De nacht was een gevecht tussen ons en de muskieten, maar nadat we onder het net zaten was deze QRM voorbij. Slapen was geen probleem, we hadden zelfs geen last van het geluid van de jungle, een paar kilometer verderop. De volgende morgen waren we vroeg wakker. Ik wou snel de antenne ophangen want ik wou zo snel mogelijk QRV zijn. Maar het bleek onmogelijk in de bomen te klimmen, en de onderste takken zaten veel te hoog. Gelukkig kwamen twee inboorlingen langs, een oude man en een jongere, waarschijnlijk zijn zoon. Lamberth sprak de mannen aan en vroeg of zij in de boom konden klimmen. Maar de mannen begrepen hem niet. Gelukkig verstond de oude man een beetje Afrikaans, en maakte hij de ander duidelijk wat onze wens was. De installatie van de antenne zal ik niet vlug vergeten. Ik verteld Lamberth wat ik wou, daarna vertaalde Lamberth het in Afrikaans, waarna de oude man het in Basutoland klanken vertaalde. De generator werd d.m.v. 2 verlengkabels van elk 75 meter met de radio verbonden. Tegen 3 uur middags waren we operationeel waarna Lamberth de eerste shift van drie uur voor zijn rekening nam. Toen de avond viel was ik aan de beurt, een goeie tijd om verbindingen met de hele wereld te maken. We konden op elke band QRV zijn en konden dus rond de klok actief zijn. Behalve van ongeveer 4 tot 5 uur, want dan is, zoals ik heb ondervonden, geen enkele band te gebruiken. Waar dan ook ter wereld. Ten tijde van dit ZS8 uitsapje zat de zonnevlekken cyclus in het minimum van de 11 jaar periode. Maar ondanks dit zonnevlekken minimum was dit uitsapje naar Basutoland een geweldige ervaring. ZS8 was een van die rare landen en veel amateurs hadden nog nooit een QSO met Basutoland gemaakt. Onnodig te vertellen dat we het naar onze zin hadden, speciaal op de lagere banden. Om eerlijk te zijn, het was geweldig, vooral met zo’n ervaren DXer als Lamberth. Maar ik moet ook eerlijk bekennen dat het niet altijd koek en ei is als je met anderen op DXpeditie bent. De vijf dagen die aan dat meertje zaten waren veel te vlug om. Om de antenne af te breken hadden we dezelfde twee kerels nog als bij de start van het ZS8 avontuur. Gelukkig was het dorp waar de mannen woonden dichtbij. Ze waren natuurlijk thuis, want zoals gewoonlijk hadden ze geen werk, en waren de antennes snel afgebroken. Elke dag werd een bezoekje aan Maseru gebracht om wat eten en drinken in te slaan. Er was genoeg fruit voorradig, sinaasappels, mango’s, grapefruit, meloen maar ook bananen waren goedkoop te verkrijgen. Sardientjes in blik waren ook te koop maar die waren erg prijzig. Ik moet bekennen dat we flink wat Sardientjes in blik gegeten hebben, niet omdat ik dol op ben, maar omdat niets anders te krijgen was. En natuurlijk aten we dat zware zwarte brood, dat zo hard was als steen daarbij. Het vullen van je maag met dat verse fruit is veel lekkerder. Ik at elke dag wel 35 sinaasappels, 25 bananen, 3 kleine sardientjes, en 3 sneetjes van dat verschrikkelijke brood. Daarbij werd zwarte koffie gedronken, geen oploskoffie, en dat vond ik wel jammer, want die koffie was wel erg straf. Toen we uit Basutoland vertrokken stonden zo’n 4700 QSO’s in het log. Niet slecht voor een zonnevlekken minimum DXpeditie. Ik vraag me af hoe hoog het aantal QSO’s zou zijn geweest als we rond de klok hadden kunnen werken met de goede condities van dit moment. Maar ja, dat is koffiedik kijken. Laat in de avond waren we terug in Johannesburg. De volgende dagen waren bestemd voor bezoekjes bij de Johannesburg DXers met hun FB-apparatuur en hun beams. Ook werd een paar keer een goudmijn bezocht, maar helaas bleek het onmogelijk wat van hun producten mee te smokkelen. De grond onder Johannesburg moet vol zitten met goud. Ik heb geen idee hoeveel goudmijnen hier zijn. is. Het vertrek naar Durban kwam veel te snel. Ik werd daar al verwacht voor een aantal ‘Eye-ball’ QSO’s. Het transportmiddel was weer de trein. De luxe in die treinen van Zuid-Afrika is niet te versmaden, je wordt altijd verwend. Die rijden als een zonnetje, zijn erg stil, het eten dat geserveerd wordt is prima en de prijs voor een kaartje is redelijk. Ik geef het niet graag toe, maar de treinen in Zuid-Afrika zijn veel beter dan die in de USA. Meer de volgende keer jongens. Gus Lees verder Deel 31

Gus Browning, W4BPD

Hams - W4BPD - Gus Browning 03
Welkom Zuid Arika werd in 1968 een stad. Foutje in verhaal, Gus bedoelt ZS6IF en niet ZS6LM De Putt-Putt ofwel ONAN agregaat Samen met Lambert, ZS6IF QRV vanuit Basutoland
Basutoland Lesotho is een land in Afrika dat geheel wordt omsloten door Zuid- Afrika. Bij het verwerven van de onafhankelijkheid op 4 oktober 1966 kreeg het toenmalige Basutoland de naam Koninkrijk Lesotho. Een gekozen regering werd in ere hersteld in 1993. De hoofdstad van Lesotho is Maseru. Het land is lid van het Gemenebest.
Lambert was ook QRV vanuit ZS9 (huidige Botswana A2)