Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-10 vrij vertaald door PA0ABM Gus Browning story, Deel 28 Bouvet Island Een paar dagen na het vertrek van Gough eiland verschenen de eerste ijsbergen, koude witte klompen ijs, dobberend in het koude water. De eerste was zo groot als een auto, slechts een vijfde deel was boven water zichtbaar. Hoe meer naar het zuiden, des te meer ijsbergen werden zichtbaar. Natuurlijk werden deze ijsklompen via de radar in de gaten gehouden. Die nacht was ik, zoals gewoonlijk weer aan dek om het Zuiderkruis te bewonderen, dat nu haast boven mijn hoofd te vinden was. De wind was snijdend koud en mijn gezicht bevroor haast. Toen ik de volgende morgen weer aan dek kwam was het gedaan met de blauwe lucht. Nu was het een grijze massa, en het was koud jongens. Koud met een hoofdletter. Daarom ging ik snel terug naar mijn hut om het lange ondergoed aan te doen dat K8TRW me had gestuurd. Terug aan dek voelde ik me toch een stuk prettiger. Gedurende de reis naar Bouvet was ik zoveel als mogelijk QRV als W4BPD/MM en informeerde de jongens over alles en nog wat. Ik denk dat een DXpeditie interessanter wordt als meer DXpediteurs hetzelfde doen. Iedereen is dan goed geïnformeerd over dat rare plekje op aarde waar je heen stoomt. En de jongens weten dan precies wanneer ze jouw signalen kunnen ontvangen. Ze kunnen dan hop tijd hun baas bellen om te melden dat ze ziek zijn. Als je het anders doet, en plotseling opduikt vanaf een raar plekje dan missen velen de kans op een QSO met jou, tenzij ze een rubberen snipperkaart hebben. Toen de boor Bouvet op 100 mijl was genaderd, was de hele oceaan bedekt met ijsschotsen. De kleine ijsbreker ploegde zich een weg door de ijswereld en brak het ijs in kleinere stukken. De boot had in Maart vastgezeten in het ijs, en had hulp nodig gehad van een Amerikaanse ijsbreker om weer los te komen. Na een reis van vier dagen verscheen Bouvet aan de horizon. Die nacht was ik QRV en vertelde de jongens dat ik bij Bouvet was aangekomen, en dat ik hoopte morgenvroeg aan land te gaan. De zon ging op om 2:15 AM (lokale tijd). Het was 11:00 PM toen ik het bed op zocht voor een kort slaapje. Ik was te opgewonden om langer te kunnen slapen, en na een uurtje werd ik alweer gewekt met de woorden “This is it. Let’s go”. Alles werd in de grote reddingssloep geladen, omwikkeld in canvas en olie-kleding, en vastgesjord om schade te voorkomen. We hadden een plek op de kaart genaamd ”Circumcision Point” in de noordwesthoek van het eiland gevonden wat precies de goede plek was voor afstraling naar de USA, Europa, Afrika, Zuid-Amerika en zelfs een gedeelte van Azië. De VK’s en ZL-stations waren geblokkeerd door enorme hoge kliffen in het zuiden en zuidoosten. Circumcision had de oppervlakte van twee huizenblokken en lag genoeg boven de vloedlijn. Het koste twee uur hard werken om de 300 meter tussen de boot en Bouvet te overbruggen. De temperatuur was zo’n macht graden onder nul. En de wind was moorddadig koud. Ik was als volgt gekleed: normaal ondergoed en shirt, dan twee paar van dat lange rode geïsoleerd ondergoed, een flanellen hemd met lange mouwen, twee paar wollen broeken, een paar normale sokken en een paar wollen sokken opgetrokken tot boven mijn knieën. Vervolgens een zware coltrui, en een wollen muts die mijn hoofd en gezicht behalve mijn ogen bedekte. Tenslotte had ik nog een dikke overjas aan en een paar met bont gevoerde handschoenen. En nog had ik het koud. Om alles aan wal te krijgen was geen eenvoudige taak. Vandaag de dag verwonder ik mij er nog over dat er niets van de spullen verloren ging in de hogel golven waar we steeds doorheen moesten. Maar de klus werd geklaard. Ik was op Bouvet. Een Afrikaan en een hoop pinguïns waren mijn gezelschap. Na het vertrek van de reddingsboot moest de kampeerplaats in orde gemaakt worden. De tent werd opgezet, een antenne werd op bevroren grond opgesteld, en een benzine drum van 50 gallon moest verplaatst worden. De Putt-Putt werd aangezwengeld en een kleine verwarmingsinstallatie (op gas) moest de nodige warmte verzorgen. Eindelijk was ik gearriveerd op dit sombere met ijs en sneeuw bedekte eiland, 2300 Km verwijderd van Kaapstad, Zuid-Afrika. Het was vijf December en had was midzomer zoals ze dat zeggen. Rondom het eiland was een ijs zone van zo’n 200 kilometer en je had een ijsbreker nodig om bij Bouvet te geraken. Zonder een ijsbreker bereik je Bouvet niet, zelfs niet in het “warme seizoen”. Vanuit de verte lijkt Bouvet op een grote chocoladecake met daarop een laagje slagroom. De top van het eiland (minstens 90 procent) is een hoog plateau, en dit plateau is bedekt met een gletsjer met een dikte van 60 tot 90 meter. Het lawaai dat de gletsjer maakte was dag en nacht hoorbaar, kraken, schuren, breken, knallen. Een geweldige plons was hoorbaar toen een flink stuk bevroren sneeuw neer plofte in de oceaan. Soms zijn het stukken zo groot als twee of drie verhuiswagens. Toen de banden dicht waren ging ik geïnteresseerd luisteren en lijken naar alles wat op het ijs gebeurde. Maar de pinguïns en de vogels waren interessanter, zo ook de zeehonden en zeeleeuwen die zo nu en dan te zien waren. Soms zag ik dat de zeeleeuwen aan het vechten waren. Het geluid dat ze daarbij maken is oorverdovend. Tellen van pinguïns is ondoenlijk, ze verplaatsen zich continue. In het begin waren de pinguïns vriendelijk tegen me, maar die vriendelijkheid werd langzaam een groot probleem. Ik kom nu aan het punt waarbij wij het middelpunt werden van de pinguïns. Ze waren niet weg te jagen, ook niet als we ze met een aluminium pijp op afstand probeerden te houden. Alles wat we op Bouvet dezen was moeilijk. Probeer maar eens een aluminium pijp in bevroren grond te slaan. Het lukte uiteindelijk, maar natuurlijk niet erg diep. Maar om de pijp bij vertrek uit de grond te krijgen was nog veel moeilijker. Waarschijnlijk steekt de aluminium pijp daar op Bouvet nog steeds omhoog in de bevroren grond. De tentankers de grond in te krijgen was al even moeilijk, ook al hadden ze een scherpe punt en waren ze gemaakt van staal. De tent was 1,2 bij 1,8 meter groot. Niet genoeg ruimte voor onze twee opvouwbare kinderbedjes en de kaartentafel voor de radioapparatuur. De tafel stond bij de opening van de tent waarvan de tentflappen waren verwijderd. De operating positie was voor 50 procent bedekt door de tent, de andere 50 procent bevond zich buiten de tent. Ik zat op mijn vouwstoeltje tegen het einde van het kinderbedje aan met het gezicht naar de tentopening toe. Maar het grootste deel van de tafel bevond zich buiten in de open lucht. De antenne (een Hygain Vertical) stond op een afstand van 10 meter van de tent, en de Putt-Putt stond 75 meter van de tent af. Na het gevecht met de vriendelijk pinguïns bij elke voetstap hadden we eindelijk alles geïnstalleerd en aangesloten. Mijn handen waren haast bevroren, ook al had ik steeds mijn met bont gevoerde handschoenen gedragen. En bij alles dacht ik natuurlijk aan die heerlijk verwarmde huizen in de Verenigde Staten, en aan het feit dat geen enkel amateur in die verwarmde huizen enig idee had hoe ik op Bouvet zat te rillen van de kou. Zelfs vandaag snap ik niet hoe ik daar, bevroren en klappertandend al die amateurs een nieuw land heb bezorgd. Het DX-virus dat in mij zit moet de oorzaak ervan zijn dat ik deze onwereldse taak met goed gevolg heb kunnen volbrengen. Maar er is op deze wereld niets mooier dan de prooi te zijn van al die DX jagers die proberen een QSO met je te maken en als dat lukt, te horen dat je een “New one” bent. Ik wou dat ik dit gevoel beter kon omschrijven als ik hierboven heb gedaan. Maar als jullie een echter DXer zijn dan heb je in elk geval enig idee hoe het moet zijn aan de andere kant van de Pileup. Dan weet je enigszins hoe ik me gevoeld heb op Bouvet en in al die andere spiksplinternieuwe landen. Zelfs terwijl ik dit schrijf hier in Cordova, South Carolina en over mijn avonturen nadenk, komt dit Bouvet gevoel weer bovendrijven. Zelfs in bed lig er vaak aan te denken en wil ik weer op DXpeditie gaan. Met alles wat ik heb meegemaakt ben ik er zeker van dat Bouvet de lijst van geweldige avonturen aanvoert. Maar de DXpedities naar Tibet, Bhutan, Sikkim en zelfs China, die later aan de beurt komen, staan ook hoog in mijn avonturenlijst genoteerd. Net als het Gough Eiland avontuur; direct na de zender afgestemd te hebben, was daar Marge in Kaapstad (ZS1RM), die in CW “Gus?” seinde en ik direct als antwoord gaf “Yep, it’s me Marge”. En daarna de hele wereld over me heen denderde. Zoveel stations tegelijkertijd had ik nog nooit gehoord. Vanaf mijn “ETA” die ik aan de boys had doorgegeven tijdens de /MM QSO’s op weg naar Bouvet, was iedereen stand by toen ik met uitzenden begon. Later hoorde ik dat men thuis was gebleven, zogenaamd ziek, of dat men een paar dagen vrijaf had genomen om Bouvet te kunnen werken. Voor diegene die ondanks alles toch geen QSO met Bouvet hebben kunnen maken zeg ik “Sorry boys, but it was impossible to get the Pileups down to normal”. Ik wou dat ik langer op Bouvet had kunnen blijven. Na 5000 QSO’s had ik het gevoel dat de Pileup nog groter was dan bij het begin van de activiteit op Bouvet. Maar helaas was de tijd om. Dank je wel jongens voor dit avontuur. De eerste nacht gebeurde er iets **, jawel meneer. Toen de zon onderging (half elf s ‘avonds) en ik het licht aanmaakte bestormden die verdomde pinguïns de tent. Daarna was het een constant gevecht van de Afrikaanse meneer en mij tegen de pinguïns om ze buiten de tent te houden. Die prettige kleine diertjes, die zo hulpeloos lijken, kunnen verdomd hard uithalen met hun stompe vleugeltjes. En wat ze ook doen is, ze proberen naar je te happen met hun snavels. Geloof me, dat bezoek van die pinguïns was niet grappig. De Afrikaan bleef bezig met het bijvullen van de Putt-Putt en het wegjagen van die Bouvet mormels. En tussendoor kroop hij in de slaapzak om weer een beetje warm te worden. De kleine gasverwarming kwam uitstekend van pas. Als ik bezig was met de stations uit de Pileup te plukken lag mijn legerdeken over mij en over de apparatuur heen. Tussen mijn benen hield ik steeds een brandende kerosinelantaarn, bedoeld om mij warm te houden. De tweede nacht kregen we bezoek van een sneeuwstorm waarbij zo’n anderhalve meter sneeuw naar beneden kwam. Toen het begon te sneeuwen ging de temperatuur drastisch omlaag tot min tien Celsius. De koude (het leek wel min veertig) dwong met QRT te gaan. Om warm te worden deed ik de tentflappen dicht, kroop ik in mijn slaapzak, plaatste de kleine verwarming aan het voeteneinde van onze kinderbedjes en draaide de verwarming vol open. Ik was kapot en sliep binnen twee minuten/ De wekker had ik gezet op 5 uur en werd bij de eerste bel wakker. Daarna draaide ik de verwarming uit en wou naar buiten om de Putt- Putt bij te vullen. Want de wereld was weer stand-by voor een QSO met een nieuwe. Er zat echter geen beweging de tentflappen. Ik maakte mijn tentgenoot wakker en met vereende krachten kregen we de tent flappen van elkaar. De tent was nagenoeg geheel bedekt met sneeuw, en het zonnetje scheen lekker. Om vijf uur is het volop dag op Bouvet. Maar helaas wou de Putt-Putt na dit 15 minuten geprobeerd te hebben, niet starten. We lieten de olie van de Putt-Putt in een bak lopen, namen de bak mee naar de tent en gebruikten het verwarmingsapparaat in de tent om de olie haast tot kookpunt op te waren. Dat stonk wel. Daarna met de hete olie terug naar de Putt-Putt, waar we de olie via het gat van de bougie in het apparaat lieten lopen. En ja hoor, slechts een keer trekken aan de startkabel was voldoen om de Putt-Putt weer te laten snorren. LH4C was alweer in business. Terug in de tent bleek de SWR niet lager dan 5:1 te krijgen. Natuurlijk dacht ik, de sneeuw. Met sneeuw schoppen werd de 1,2 meter hoge sneeuwhoop rond de antenne verwijderd, de radialen bleven bedekt met sneeuw. Op de band waren twee stations te horen. Maar na de eerste CQ verzonden te hebben ontplofte de band weer. Het leek wel alsof duizend stations op me zaten te wachten. De “Gus Watchers” waren echt wakker jongens. Elke keer als ik een station werkte leek het wel alsof de Pileup met twee stations werd aangevuld. En dat bleef zo tot het einde van mijn activiteiten als LH4C. Dat zo een Pileup mogelijk was had ik me nooit kunnen voorstellen. Vandaag de dag geniet ik nog steeds van die koude euforische LH4C QSO ervaring. Gus. Lees verder Deel 29
LA5HE, Rag Otterstad arranged the first call, issued for Bouvet Island.  Rag stated:  4C is nice sending for CW. Later the prefix for Bouvet changed from LH to 3Y

Gus Browning , LH4C

Bouvet Island De eerste die het eiland zag op 1 January 1739 was Jean-Baptiste Charles Bouvet de Lozier. Bouvet is later naar hem vernoemd. De postiebepaling van het eiland was niet erg nauwkeurig, De volgende die in 1808 het eiland te zien kreeg was de Britse walvisvaarder kapitein James Lindsay. Hij noemde het eil;and Lindsay Island. Benjamin Morell was de eerste die een claim legde op het eiland, maar die claim wern nergens geaccepteerd. In 1825 Claimde George Norris het eiland voor de Britse kroon en moemde het eiland Liverpool Eiland. Hij caliamde ook het nabijgelegen Thompson eiland, maar dat bleek later niet te bestaan. In 1927 ging een Noorse expeditie aan land op het eiland en claimde het voor Noorwegen. Het eiland kreeg Bouvet als naam, of in het Noors "Bouvetøya". Na een meningsverschil met de Engelsen werd het eiland in 1930 tot Noors grondgebied verklaard. Bouver werd in 1971 een natuurreservaat.
Bouvet seen frm the north. Circumcision Point is at the right Norwegian stamp, issue February 16, 2018 Norwegian stamp, issue February 16, 2018
Hams - W4BPD - Gus Browning 03