Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-07 vrij vertaald door PA0ABM Gus Browning story, Deel 25 Zuid Afrika Naast het appartement van Jack en Marge, ZS1RM en ZS1OU in Kaapstad woorden de ouders van Jack. Ze kwamen regelmatig buurten en wisten veel te vertellen over het oude Zuid-Afrika en over de diamanthandel. Jack’s vader was een gepensioneerde diamanthandelaar uit Kimberly. Zijn vrouw was een echte modepop. Ik zag haar op een avond uitgaan, opgedirkt met diamanten oorbellen, een diamanten ketting om haar nek, een diamanten armband om haar polsen, twee diamanten ringen aan haar vingers en een paar opgespelde diamanten broches. En alle diamanten waren meer dan drie karaat, geloof ik. Helaas reageerde ze niet toen ik haar vertelde dat Peggy dol was op diamanten. Toen ik een paar maanden later uit Zuid-Afrika vertrok heb ik haar gevraagd mij op te nemen in haar testament. Of ze dat ook gedaan heeft kan ik niet zeggen. Jack’s vader vertelde interessante verhalen over de grote diamanten die jaren geleden waren gevonden. En hij wist spannende verhalen te vertellen over de mensen die probeerde diamanten uit de mijn te stelen. Een verhaal ging over een kerel die langs de douane probeerde te glippen met een zak vol diamanten. De douane kreeg een anonieme tip dat iemand met een been in het gips de volgende dag in Johannesburg met vluchtnummer XX en stoel YY zou vertrekken. Het been zou niet gebroken zijn, maar het gips zou vol zitten met diamanten. Het was een anoniem tip. De volgende dag melde zich een man met de naam Smit zich bij de vertrekbalie voor de vlucht naar Amsterdam/Nederland. Hij zat in een rolstoel en zijn been was ingepakt in gips. De man werd gearresteerd en werd ondanks zijn bewering een gebroken been te hebben, ruw ontdaan van zijn gips. Er werden echter geen diamanten gevonden, het been die mijnheer Smit was inderdaad gebroken. De douane wist niet hoe ze zich moesten excuseren, en brachten de man zelfs naar het hospitaal. De volgende dag kon de man, met zijn been weer in het gips naar Amsterdam vertrekken. De Afrikaanse overheid werd een proces aangedaan voor smaad, en er werd een flink bedrag voor de geleden schade gevraagd. Een paar dagen na het vertrek van de man werden op de Amsterdamse diamantmarkt een grote hoop Kimberly diamanten te koop aangeboden. Later toen ik in Kimberly was werd ik op straat aangesproken door een man die me een handvol diamanten aanbood. Hij wou $ 1000 dollar voor de diamanten. Het waren 5 diamanten van 1 karaat, 2 of 3 stuks van 3 karaat, en twee die op 3 karaat diamanten leken. Ik heb het maar niet gedaan, ik zou anders een diamant smokkelaar zijn, en dan zou mijn hele DXpeditie wel eens in gevaar kunnen komen, en zou ik een aantal jaartjes in een Afrikaanse gevangenis mogen verblijven. Toen ik het verhaal aan Jack vertelde zei hij dat het waarschijnlijk echte diamanten waren geweest. Maar als ik ze gekocht had was de kans groot geweest dat de verkoper de douane zou inlichten. En als ik dan gepakt zou worden zou hij 10% van de waarde van de diamanten als beloning krijgen. En misschien zou hij de diamanten ook krijgen om de volgende arglistige toerist te bedonderen. Ik werd uitgenodigd door de hele SARL hun clubavond in Kaapstad bij te wonen. Na een lekker etentje met de Capetown-group bleef er genoeg tijd over om tot in de kleine uurtjes verhalen uit te wisselen. Overal waar ik neerstrijk ontmoet ik groepen zendamateurs en moet ik mijn verhalen vertellen en de hunne aanhoren. De vertrekdatum van de boot kwam steeds dichterbij terwijl ik het naar mijn zin had in het appartement van Jack en Marge. Ik voelde me thuis en liep rond op mij kousenvoeten en bracht een paar keer per dag een bezoekje bij de buren, en verkende The Strand. Door Jack en Marge leerde ik Kaapstad goed kennen, en gebruik te maken van de bussen in de stad. Vier of vijf dagen voor mijn vertrek uit Kaapstad bracht ik een bezoek aan de Consul van Noorwegen om hun te informeren over mijn bezoek aan Bouvet Eiland. Ik vertelde de consul dat ik via LA5HE de toestemming geregeld had om vanuit Bouvet te mogen uitzenden. De consul wist natuurlijk van niets, en stuurde een telegram naar Oslo. Een paar dagen later werd ik gebeld door de consul. Alles was in orde, en de call die ik op Bouvet moest gebruiken was LH4C. Fantasties!! Daarna gingen we naar de haven, naar de ijsbreker die me zou meenemen, en werd ik voorgesteld aan de bemanning van de boot. Het waren prima lui, en het was meteen duidelijk dat ik met de ervaren groep zeelieden goed zou kunnen opschieten. Allemaal hadden ze meer dan eens dezelfde reis met de ijsbreker gemaakt. Mensen die wisten wat ze moesten doen als de ijskoude stormen van Antarctica het schip in hun macht hadden. Nadat ik de plek had gezien waar ik moest slapen verlieten Jack en ik de ijsbreker. Een telefoontje was ontvangen met de melding dat we bij de SARL club verwacht werden. Zo’n 35 ZS1 Hams hadden zich verzameld. De discussies daar waren van elke dag. De een zei dat ik teveel in SSB bezig was, en de SSB jongen vonden dat ik meer SSB zou moeten doen. Mij manier van opereren vanaf een zeldzaam plekje is altijd hetzelfde. Ik begin met CW en als de Pileup te groot werd schakelde ik om naar SSB en werkte de Pileup verder af tot de Pileup gereduceerd was en keerde dan terug naar CW. En als de Pileup dan weer aangegroeid was ging ik weer SSB bedrijven. Enzovoorts, enzovoorts. Op die manier bleef de verhouding tussen SSB en CW ongeveer 50/50. Als ik nog eens op DXpeditie zou gaan zou ik denkelijk weer hetzelfde systeem gebruiken. Ik bleef lang genoeg op dezelfde zeldzame plek om iedereen een faire kans te geven met mij een verbinding te kunnen maken. Ik bedoel hier één QSO in CW en één in SSB. Meer dan eens werd me verweten een Blacklist te gebruiken, of moedwillig geen QSO met bepaalde zendamateurs te willen maken. Nou, een blacklist heb ik nooit gebruikt. Maar ik moet bekennen dat ik meer dan eens, in het midden van het gevecht een LID ben genoemd omdat ik weer eens wat onverwachte domme dingen deed. Iedereen doet wel eens verkeerde dingen in een Pileup, maar nog nooit heb ik daardoor iemand “vergeten” in mijn log te zetten. Misschien ben ik wat kippig maar heel lang geleden heb ik beslist iedereen te werken, ongeacht de sterkte van zijn signaal of het land van herkomst van de amateur. Ik werk wat ik hoor, en heb nooit iemand dagen laten wachten voordat ik een QSO met het station maakte. Maar het is logisch dat de lui die hoog in de DXCC Honor-Roll staan ook vroeg aan de beurt zijn voor hun QSO. Als ik begin met uitzenden vanaf een nieuwe spot dan zijn de eerste stations die ik werk ook die welke hoog op de Honor-Roll staan vermeld. Die kerels hebben goeie antennes en genoeg vermogen. En ze weten wat “Operating Practice” betekent. Ik ben altijd kalm en rustig gebleven in een Pileup, ook al was het soms moeilijk om mijn temperament onder controle te houden, Maar terug naar mijn verhaal. Tijdens de SARL-meeting was het net alsof ik weer in Amerika bij een vergadering was. Het enige verschil was het brabbel taaltje van de Zuid-Afrikanen. Iedereen was geïnteresseerd in de voorgenomen trip naar de Zuid Atlantische Oceaan. En de meeste wilden graag met me meegaan naar Tristan, Gough en Bouvet. En haast allemaal wensten dat ik niet te veel zou afwijken van “TEN UP”. Later bleek dat de ZS-stations niet te missen waren, zo sterk waren hun signalen op elk moment van de dag of nacht. Tijdens de vergadering kreeg ik veel uitnodigingen en bracht ik een bezoekje aan die amateurs. Maar jongens wat drinken die Zuid-Afrikanen sterke koffie. Kaapstad is een modern stad met alle gemakken die bij een grote stad horen, zoals grote winkels en genoeg supermarkten. De prijzen zijn aanzienlijk hoger dan in de Verenigde Staten, en geïmporteerde goederen uit de USA waren erg prijzig. Invoerrechten op radioapparatuur zijn aanzienlijk. De mensen leken welvarend, gelukkig en gezond en wel doorvoed. Fruit was goedkoop en overal verkrijgbaar. Eten is redelijk goedkoop en Coca-Cola was overal verkrijgbaar. Maar koffie is echt hun lievelingsdrank. Een paar dagen voordat de boot vertrok bracht ik al mijn spullen aan boord van de boot. De apparatuur had net bij Jack uitgetest en alles bleek in orde. De apparatuur werd opgesteld in mijn kleine slaapcabine en de HyGain 14AVS groundplane met 2 radialen voor elke band van 10 tot 40 meter werd opgebouwd. Ik maakte een paar QSO’s als ZS1OI/P. Alles werkte zoals het hoorde. Voor mij kon het zee-avontuur beginnen. Mijn vriend Ed Coleman, K8TRW had me een paar rode jassen opgestuurd. De pasvorm was prima en zouden me zeker warm houden las de Antarctische wind om me heen zou blazen. Nadat we het schip verlaten hadden werd fruit ingekocht. Het gewicht was ongeveer 25 kilo en er zaten ook bananen bij. In een andere winkel werden blikgroenten gekocht, want ik wou geen hongerlijden als ik op de eilanden bezig was. O, ja, ook 100 gallon benzine (ongeveer 400 liter), maar dat spul moest de volgende morgen op de ijsbreker afgeleverd worden, want dan zou de boot vertrekken. Dat was niet waar, de boot zou later vertrekken. Maar ik wou er zeker van zijn dat de benzine aan boord was voordat de boort vertrok. Er was echter nog een telefoontje noodzakelijk want de volgende dag was nog niks afgeleverd. Gelukkig was het goed benzine want ik had geen enkel probleem met mijn Putt-Putt (aggregaat), zelfs niet bij min 12 graden Celsius. En de motorolie die ik kocht was geschikt voor de verwachte kou. Na nog twee dagen verblijf bij ZS1OU en ZS1RM liep bij Jack om 5 uur wekker af. Tijd om te vertrekken. Na een flink ontbijt reed jack me naar de haven, zag me aan boord gaan en bleef op de kade rondhangen tot de omroepinstallatie van de boot “All ashore that's going ashore." liet horen. De scheepsbel klonk, de hoorn toeterde een paar keer, waarna de ijsbreker de haven verliet. Ik was op weg naar de vreemdste plek op aarde waar ik ooit zou komen. Tristan da Cunha was de eerste stop om daar wat inwoners van het eiland aan wal te zetten. Alle bewoners van hadden het eiland een jaar geleden moeten verlaten, vlak voordat de vulkaan op het eiland vuurspuwde. De drie passagiers waren de eerste bewoners die weer terug mochten. Aan boord werd weer ontbeten, dit was een morgen dat ik twee keer “breakfasts ashore” mocht nuttigen. Volgende maand vertel ik meer over de trip die ik nooit zal vergeten. Gus Lees verder Deel 26

Gus Browning, W4BPD

Hams - W4BPD - Gus Browning 03
Eureka Diamant .In 1866 vond een 15- jarig jochie een opvallend witte ‘kiezel’. Dezelfde steen waar het kereltje mee speelde in de veronderstelling dat het een onbeduidend keitje was, zou wereldberoemd worden als de Eureka-diamant. Dit is een edelsteen van 21,25 karaat met een indertijd geschatte waarde van 500 pond sterling. De vondst van een nog grotere steen, de zogenaamde Ster van Afrika van 83,50 karaat, riep een explosie van gelukzoekers op de been.
je zal maar zo'n diamant vinden Kapstad in het Zuidwesten van Zuid Afrika Gus gaat op weg naar Bouvet. Op hoop van zegen