Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-08vrij vertaald door PA0ABMGus Browning story, Deel 26Tristan da CunhaIk was dus aan boord van de Zuid Afrikaanse ijsbreker, vertrokken uit Kaapstad, op weg naar Tristan da Cunha. Een paar dagen voor het vertrek van de ijsbreker waren Jack, ZS1OU en ik aan boord geweest voor het installeren van mijn zendapparatuur en een groundplane. En nu verdween kaapstad aan de horizon en voer de boot naar het Noordwesten.Na een uur varen kreeg ik van de kapitein toestemming de zender in te schakelen. Ik stemde af op 14100 Khz en zag dat de SWR prima was 1:1. En de eerste CQ als W4BPD/MM was ik weer in business. De jongs waren er natuurlijk ook, geen oostkust deze keer maar het waren de W6 en een paar W7’s die me aanriepen. Veelal werd gevraagd wanneer ik op Tristan da Cunha zou zijn, maar ik kon enkel een richtdatum geven. Toen begonnen de Europeanen te roepen, en kreeg ik dezelfde vragen te horen. Elke vraag werd beantwoord, ik had alle tijd en kon toch niet van de boot af.Toen de Pileup wat uitdunde besloot ik een wandelingetje aan dek te maken om wat met de bemanning te kletsen. De laatste die ik sprak was de Sparks van de ijsbreker. Hij zat in zijn radiohut helemaal alleen op het achterdek van de boot. Zijn apparatuur was van een Japans fabricaat en werkte prima. Het mooie was dat ik geen storing had van hem tijdens mijn activiteit als W4BPV/MM. En hij van mij trouwens ook niet. Naderhand moest ik constateren dat interferentie niet altijd zou uitblijven in soortgelijke omstandigheden.De boot was ook in Japan gebouwd en was ongeveer vijf jaar oud, dus haast spiksplinternieuw. De dieselmotere draaiden als een Zwitsers uurwerk. Ik was vaak bij de dieselmotoren te vinden. Ze waren ongeveer zo groot als een auto en produceerden hetzelfde lawaai als kitten. Het toerental schommelde rond de 300 RPM {omwentelingen per minuut). Steeds weer was het interessant om de radar aan boord te bekijken. Zelfs walvissen waren op het radarscherm te zien als ze uit het water opdoken. Ook de dieptemeter had mijn belangstelling, elke oneffenheid van de bodem was zichtbaar. Grote vissen kon je makkelijk ontdekken en na wat inspanning was zelfs de grootte van de vis te ontdekken.Van de geluiden van de dieptemeter kreek ik de kriebels. Zo’n vreemde geluiden had ik nog nooit eerder gehoord. Je kon de reflectie van de objecten op het radarscherm zien. Alles was nieuw voor mij en vaak, na het nuttigen van het laatste kopje koffie van die dag, zat ik in de stuurhut alles te bekijken. Ik had vijf kisten Cola meegenomen, en altijd stonden er een paar in de koelkast van de boot. Sommige nachten was het de koffie en ander nachten was het de Cola die me wakker hield.Heel wat nachtelijke uurtjes was ik aan dek te vinden om het firmament te bewonderen. De zuidelijke sterrenhemel ziet er echt anders uit dan die wat ik thuis noem. Het Zuiderkruis is te vinden op ongeveer 45 graden boven de horizon. S’ morgens vroeg waren vaak walvissen te zien. Bij het naderen van het schip namen ze een duikje om dan even later weer omhoog te komen. Het waren echte joekels van dieren. En als er niks te doen was zat ik de banden te beluisteren, en hoorde van alles over het avontuur waar ik mee bezig was/ En altijd was het weer leuk als ik dan inbrak in het QSO en zei “jongens geen onwaarheden over mij vertellen hé”.Ik had genoeg tijd om na te denken over mijn familie thuis, en speciaal over Peggy. Thuis was het toch heel wat comfortabeler dan hier op die ijsbreker. Ik denk dat de DXers thuis genieten in hun airco huizen denkelijk meer van een DXpeditie dan de amateurs die aan de DXpeditie deelnemen. Het plezier zit hem in de Pileup die je als DXpeditie krijgt te verwerken, en dit daarna aan je XYL te vertellen. Maar verwacht geen ander antwoord van haar dan “nou en?”. Ik denk dat de enige die kan genieten van het werken van een “Nieuwe” de DXer zelf is. De 80-Meter “Rag Chewers” begrijpen daar natuurlijk niks van, dat je je tijd zit te verdoen met roepen in de Pileup om, als je gehoord wordt, een QSO van 10 seconden kunt maken. Maar ja, gelukkig is niet elke zendamateur een DXer, want dan zouden banden onbruikbaar worden door de drukte. Stel je maar eens voor dat de banden 10 tot 15 maal zo druk worden als nu met een Pileup aan de hand is. De amateur DXer zou dan gek worden en zijn QSO rate zou veel lager zijn dan hij gehoopt had.Ik benutte elke mogelijkheid actief te zijn om de jongens te informeren over mijn volgende bestemming, Tristan da Cunha. De Zuid Atlantische oceaan was nooit rustig in vergelijking met de kalme wateren van de Seychellen in de Indische oceaan. Het was nog wel zomertijd. Ze vertelden mij dat in de wintertijd het aardig kan spoken in dit deel van de wereld.De condities op zee waren uitstekend, de banden bleven steeds open tot in de kleine uurtjes Dat was wel anders dan tijdens het verblijf bij ZS1RM. Hopelijk waren de condities ook zo goed als ik aan land zou gaan om de DXCC Entiteit te activeren. Het werd tamelijk fris wanneer de wind s’ avonds vanuit het zuidwesten over de boot joeg. Dan was het te koud om in de dekstoelen te blijven zitten. Ik denk dat de koude wind vanaf de Zuidpool, ook al is die ver verwijderd, dit veroorzaakt.Enorme scholen vis waren altijd waar te nemen, en altijd vlogen enorme zwermen vogels rond de boot. Het leek wel alsof ze de ijsbreker volgden. Misschien waren de vogels wel verdwaald en hoopten ze dat de boot hun de weg naar het vaste land zou wijzen.Eten aan boord was geen enkel probleem, er was genoeg tijdens elke maaltijd. En nu en dan was er ook bier. De kapitein en zijn eerste stuurman behandelden mij als een prins, en ik kreeg haast allles gedaan wat ik ze ook vroeg. Ik was hun gast en werd ook als zodanig behandeld. Misschien kan ik in de toekomst nog eens met ze meegaan op hun schip. Ik denk er nu aan ze eens een brief te sturen.Als op reis bent buiten de USA en vriendelijk bent tegen de mensen die je tegenkomt, die mensen ook vriendelijk zijn tegen jou. Maar als je je “verwaand” gedraagt (en sommigen doen dat) dan word je op passende wijze behandeld. “You can get RED TAPED” to death when you are at their mercy overseas, you know”. Dus jongens, gedraag je overal vriendelijk, dan word je goed behandeld, en krijg je makkelijker iets voor elkaar. Mijn gedrag werkte uitstekend aan boord. Als ik honger had was het voldoende om met een paar vriendelijke woorden dit de chef-kok te vertellen.Ik maakte kennis met de drie andere passagiers, inwoners van Tristan da Cunha, op weg naar huis. Ze hadden het eiland twee jaar geleden noodgedwongen moeten verlaten toen de vulkaan op het eiland tot uitbarsting kwam. Ze spraken een vreemde mengelmoes van Engels, maar waren erg vriendelijk. Ze vertelden me dat een paar jaar geleden een andere amateur vanaf Tristan da Cunha actief was geweest. De reis naar Tristan duurde ongeveer 5 dagen maar volgen voorbij omdat er elke dag wel iets te doen was. Nu terwijl ik dit schrijf, hoor ik nog het geluid van de sonar, dat dag en nacht te horen was. Hoeveel bemanningsleden van toen zouden nog steeds op de boot zitten?Op een morgen nam het aantal vogels rond de boot flink toe, en de intercom liet horen dat Tristan nabij was. Een uur later waren een paar bergen zichtbaar die vanuit het water omhoogkwamen. Er kwam weinig rook uit een van de bergen. De drie Tristans (zeg je dat zo?) werden zenuwachtig en er verscheen een grote glimlach op hun gezicht. De begonnen iedereen een hand te geven, ik werd niet overgeslagen. Zij kwamen thuis na een lange afwezigheid. Toen de boot dichterbij kwam vroeg ik me af hoe überhaupt blij kon zijn te leven op zo’n vreemd uitziende rots. Je moet hier wel geboren zijn om je hier thuis te voelen. Niks voor mij jongens, een kort verblijf is meer dan voldoende, hu.Het schip ging ongeveer 1 kilometer vanaf de oever voor anker, en een aantal kleine boten werden in het water gelaten waarna een paar bemanningsleden gingen vissen op rots krabben. Het water in dit deel van de Atlantische oceaan zit vol met deze krabbensoort. De groter landingsboot werd ook neergelaten waarna de drie inlanders, de eerste stuurman en ik zij de gek aan boord klommen. We werden neergelaten en eenmaal in het water koerste de boot richting haven.Bij aankomst zag ik dat het eiland nog meer troosteloos en verlaten was dan ik had gedacht. De kleur van de rots was nagenoeg zo zwart als kool, en de lavastromen van de vulkaan leken wel bevroren kool. De lava was in drie stromen vanaf de vulkaan naar de zee gestroomd. Het moet tijdens die vulkaanuitbarsting wel spectaculair hebben uitgezien denk ik.De huizen stonden nog allemaal overeind en de drie Tristans keken bij elk huis naar binnen op hun weg naar hun eigen huis. Ik was intussen bezig te kijken waar ik de antenne kon ophangen voor mijn vulkaan activiteit, en welk huis als shack gebruikt kon worden. Ik vertelde dit aan de eerste stuurman en kreeg van hem het vervelende bericht dat het plan was Tristan da Cunha op zijn laatst de volgende morgen te verlaten. De Tristans besloten te blijven. Toen we teruggingen naar het schip werd de boot volgeladen met een paar geiten en schapen, en de rest van hun bezittingen van de Tristans. Het afscheid van hun was aller hartelijks. Ik bleef op de boot, kroop achter de zender om de boys te vertellen waar ik was, en wat ik ging doen.De crewleden die waren gaan vissen brachten genoeg rots-kreeften en wat andere mooie vis mee. In de verte naderde een schip Tristan da Cunha. Een van de bootslieden maakte met een seinlamp een QSO met de naderende boot. Toen ze langszij lagen kwam de kapitein, de eerste stuurman, en een paar bemanningsleden aan boord waarna in de eetzaal wat koppen thee werden gedronken. Daarna kregen ze wat levensmiddelen en een paar drums olie mee. In ruil daarvoor gaven ze de kaptein zo’n 500 kilo “Rock Lobster”Hun boot was een van het soort dat maanden in de buurt van Tristan da Cunha op kreeften vist. Ze hadden een goede vangst gehad en waren op weg terug naar Kaapstad. Hun lading kreeften werd daar hoofdzakelijk per vliegtuig naar de Verenigde staten verzonden. De bemanning van de boot waren echte zeelui, je weet wel kerels van staal, die al jarenlang dit soort werk deden.Tegen zonsondergang vertrok de boot naar Gough Eiland. S ‘avonds werd genoten van een grote hoeveelheid rots kreeft. Onnodig hier te vertellen dat de kreeft heerlijk smaakte. Juist voordat de duisternis intrad verdween Tristan da Cunha aan de horizon. Een smalle rookpluim van de vulkaan was nog zichtbaar. Ik betwijfel het of ik dit eiland nog ooit zal terugzienNaderhand las ik dat alle bewoners van het eiland weer waren teruggekeerd naar die troosteloze zwarte rots. En vorig jaar las ik dat een aantal Tristand weer graag het eiland wilden verlaten. Ze waren te veel gewend geraakt aan het leven elders. Ik snap nog steeds niet dat er mensen zijn die op zo’n koude plek, zo’n dampende zwarte rots ver weg van elk modern leven willen wonen. De wind blaast er altijd, het is er altijd koud zelfs gedurende hun zomermaanden.GusLees verder Deel 27