Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-09vrij vertaald door PA0ABMGus Browning story, Deel 27Gough IslandWe waren op weg naar Gough Eiland, zo’n 500 tot 600 km ten zuiden van Tristan da Cunha. Dus verder zuidwaarts in de richt van de koude Zuidpool. De temperatuurdaling was duidelijk voelbaar. Ik was behoorlijk actief op de banden om te vertellen dat het niet lang zou duren voordat Gough Eiland aangedaan zou worden. En op dat eiland zouden we een paar dagen voor anker gaan.In de namiddag van de volgende dag nam het aantal vogels rond de boot weer merkbaar toe, en een uur later kwam Gough eiland in zicht. Het was haast een duplicaat van Tristan, maar het plateau leek hoger en de bergen ook. Er waren veel vogels, veel meer dan op Tristan da Cunha. Bij zonsondergang ging de boot een paar mijl voor de kust voor anker. Veel hielpen de ankers niet, het water was te diep, zodat de machines zowat elk uur gestart werden om de drift van de boot teniet te doen. De radar en dieptemeter deden hierbij goede dienst.Ik was QRV en liet de wereld weten dat we voor anker lagen bij Gough Eiland, en dat ik hoopte de volgende morgen aan land te kunnen gaan voor het uitdelen van een nieuwe Entiteit. Ik stond te popelen weer vaste grond onder mijn voeten te voelen om de “Gus Watchers” weer in de Pileup te horen.De volgende morgen gingen we aan wal voor de controle van het weerstation wat was opgesteld in een diepe kloof tussen twee bergen. Ik vond het een vreemde plek voor het plaatsen van een weerstation, Ik denk dat anderen ook tot die conclusie waren gekomen. We hadden drie prefab gebouwtjes aan boord en die moesten geplaatst worden een mijl vanaf de plek van het oude weerstation. De nieuwe plek was boven op een plateau, zo’n 100 meter van de kust verwijderd. Delen van een oude boortoren moesten door acht man, 4 weermannen en 4 bootslieden, naar die plek gesleept worden. Een flink klus om die roestige delen over een rotsachtig terrein te dragen. De mannen hadden een walkietalkie bij zich om in contact te kunnen blijven met de Sparks van de ijsbreker.Nadat we wat hadden rondgekeken gingen we terug naar de boot. Wat we zagen was een flink aantal robben, een aantal zeeolifanten erg vuil kijkende dieren) en hier en daar wat pinguïns aan de waterrand. Die pinguïns waren tamelijk wild en doken het water in toen we dichterbij kwamen. Zr kwamen pas weer boven toen ze een flink stuk van de kustlijn verwijderd waren. De oude zeeolifant jammerde en kreunde, en was klaar om ons toe te snauwen als we te dichtbij kwamen.Na de lunch kletste ik wat met de bemanning van de boortoren om te horen hoe hun werk vorderde. Volgens hun zou het nog tot einde van dag duren voordat ze alle onderdelen van de toren op de juiste plaats hadden. De lichten aan boord bleven branden zodat de mensen konden zien waar de boot te vinden was. Rond middernacht werd op de kajuitdeur geklopt, en werd me gevraagd of ik wat speciaals wou zien. Dat wou ik natuurlijk, en geloof me, de aanblik was bloedstollend en huiverig wekkend. Wel een miljoen vogels, aangetrokken door de lichten van de boot, vlogen rond. Kennelijk verblind door het licht vlogen ze te pletter tegen de lichtornamenten. Overal aan dek lagen vogels met een gebroken nek of gebroken vleugels. Overal lag bloed, het was een vogelslachtveld. Ik kreeg er een naar gevoel door. De volgende morgen stonk het verschrikkelijk. Het was alle hens aan dek om het dek te schrobben en vogelresten te verwijderen.De werklieden kregen de boortoren geïnstalleerd, maar het was te stormachtig om aan wal te gaan. Het werd dus weer een avondje aan boord. Dus geen radioactiviteit vanaf Gough Eiland. Ik wist natuurlijk dat de “Gus Watchers” teleurgesteld waren, maar dat was ik ook. Opereren zonder /MM is toch heel wat beter.De volgende morgen kreeg ik eindelijk mogelijkheid van boord te gaan. Ik was de eerste die weer aan land ging. Mijn radiospullen werden in de landingsboot gedaan. Alle koffers met mijn apparatuur waren omwikkeld met de olie-kleding die W8PQQ me een paar maanden gelden had opgestuurd. Ik had vlug wat rots-kreeft als ontbijt genuttigd. Die kreeft kwam me langzaam de strot uit, te veel is nu eenmaal te veel. Bij het naderen van de steile kliffen werd de kustlijn dreigender en dreigender. Angst had ik niet want ik wilde maar een ding. Zenden vanaf Gough Eiland.Met een Walkietalkie maakten we contact met de werklui van de laadboom, zodat ze deze naar beneden konden laten. Ze lieten een draadkooi met een fineer bodem zakken. Al mijn spul werd ingeladen waarna de kooi, met mij erin werd gesloten. De kooi kon van binnenuit niet geopend worden. En na een signaal ging ik de lucht in, langs de klif omhoog. Maar ik was niet bang, ik wist onder me een stevige houten bodem die me beschermde. Ik was niet zeker of de reis goed zou aflopen, want ik zag dat de staalkabel van de laadboom er wel erg roestig uitzag. En jongens, die draadkooi kraakte en piepte van jewelste. Gewoon angstaanjagend. Het leek wel alsof ik een wild beest was dat vervoerd werd op een vreemd eiland in de Atlantische Oceaan, met een prehistorisch vervoermiddel. Maar ja wat wil je als je op DXpeditie bent. Een ding wist ik zeker. Als die roestige kabel zou knappen, zo deze DXpeditie wel een snelle dood ondergaan. Of ik bang was? O ja, ik scheet in mijn broek, en dat is maar een milde beschrijving van mijn angst.Tijdens de reis omhoog kon ik de vogelnesten in de kliffen bewonderen. Het leken wel een miljoen nesten, en de broedende vogels krijsten bij het passeren van de kooi. Als antwoord zwaaide ik maar naar de vogels. Halfweg omhoog keek ik naar de boot beneden me. Als de kabel zou breken zou ik nooit meer teruggevonden worden en zou het “Goodbye World” geweest zijn.Het scheen een eeuwigheid te duren om me boven te krijgen, maar ik denk dat het niet langer dan een paar minuten heeft geduurd. Ik was opgelucht toen de laadboom eindelijk landinwaarts draaide en ik weer vaste grond onder me had. De kooi werd geopend en daar stond ik op Gough eiland. Klaar om de “deserving” aan een nieuw land te helpen. De mensen op het eiland waren geïnteresseerd in mijn activiteiten, maar konden het plezier ervan maar niet begrijpen. “Welke gek doet zoveel moeite om op een onbewoond eiland radio-uitzendingen te doen” was duidelijk afleesbaar in hun ogen. Gelukkig wilden ze me wel helpen met het plaatsen van een 12 meter hoge mast, zodat ik na een paar uur klaar was om ZD9 te activeren.De apparatuur werd ingeschakeld en werd wat draadwerk uitgevoerd zodat de SWR tot een redelijk niveau was gedaald. Op 40 meter, van 7000 tot 7200 was de SWR maximaal 1,2:1 en op 20 en 15 was de SWR nog stukken beter. Ik had uitgedokterd hoe je twee groundplane draden op elke band moest Laten resoneren. De signalen van ZS en LU klonken als lokale stations. Ik stemde af op 14065 en zonder dat ik mijn call had gezegd werd ik al door Marge, ZS1RM aangeroepen. In CW natuurlijk. Het enige wat Marge seinde was “Gus?”. Hiermee werd ZS1RM het eerste station dat door ZD9AM werd gewerkt. Ze was 599++. Vanaf dat moment de wereld barste los, met eerst ZS QSO’s en daarna LU en PY. Daarna was Europa aan de beurt, gevolgd door de W/K jongens. “It was like shooting doves in a baited field”, schrijft Gus in zijn verhaal.De bandcondities waren, gezien de zonnevlekken-cyclus uitstekend te noemen. De band bleef haast de hele nacht open. Voordat de band dicht ging kon ik nog een paar VE8 en KL7’s in mijn log noteren. Ik hoopte dat de condities ook zo goed ouden zijn als de boot me nog verder zuidelijk had gebracht. Maar dat zou ik pas over een weekje weten. Nadat de zon was ondergegaan werd het koud. De wind vanuit het zuiden wakkerde aan. Koude Antarctische wind, dat was voelbaar. Maar ik bleef doorgaan als ZD9AM, mijn kleding en een paar winter-wanten hielden me tamelijk warm.Het koken werd verzorgd door de mensen die bezig waren het weerstation te installeren. Die Zuidafrikanen kunnen goed bunkeren, te zien aan het verorberen van de rots-kreeften. Ik had niet zoveel zin dat witte vlees steeds maar weer te eten, en begon met het oppeuzelen van de inhoud van blikken bonen met kleine stukje spek. Ik had nooit gedacht dat spek en bonen zo heerlijk smaakten. ’S Nachts was ik QRV en overdag hield ik mijn beauty sleep. Een goed ritme voor een DXer zoals ik. Dit ritme verveelde nooit, ook niet toen ik mijn DXpeditie als WERK begon te zien. En wie wil niet zo’n job zoals dat van mij.Het verblijf op Gough zou 5 a 6 dagen duren, want dat was de tijd die nodig was de prefab huizen op hun plaats te krijgen. Slecht weer was niet meegerekend. Bij zonsopkomst was het steeds windstil, maar voordat de mannen met hun prefab-klus begonnen trok de wind aan en werd het werk erg moeilijk. Het weer veranderde niet gedurende een periode van 17 dagen, waardoor de laadboom nauwelijks gebruikt kon worden. Ik vond het natuurlijk geweldig. De banden kon ik “leeg: vissen en kon zelfs een paar keer gewoon CQ geven. En als dit laatste gebeurt dan weet je als DXpeditioner dat het tijd wordt om te verkassen.De nacht voor vertrek vanaf Gough eiland kreeg ik te horen dat het vertrek 30 minuten na zonsopkomst zou zijn. Nadat ik alle spullen weer had afgebroken en in de draadkooi had gestopt met mezelf erbij mocht ik weer afdalen naar het schip. En weer was mijn angst op mijn gezicht e lezen. Gelukkig was de roestige kabel sterk genoeg, en vond ik de boot weer onder mijn voeten. Tijd om Gough eiland met zijn vogels te verlaten.Of de reis naar Bouvet door zou gaan was niet zeker. De kapitein had het verzoek gekregen om een vissersboot op sleeptouw te nemen, terug naar Kaapstad. Het leek alsof Bouvet een droom werd tot ik een QSO maakte met ZS6ANE. Brian vertelde me dat hij contact zou opnemen met de grote man in Pretoria. Ik maakte een sked Met Brian voor een paar uur later op de dag. De sked werkte en Brian vertelde dat hij goed nieuws had. We gingen definitief naar Bouvet. De Stuurman bevestigde dit bericht van ZS1ANE, en ik gaf het weer door via de radio. “Boys, Bouvet is coming”. Daarna schakelde ik de zender uit en ging een praatje maken met de stuurman. Die vertelde dat hij de koers had veranderd en op weg was naar de wereld van sneeuw en ijs, Bouvet. Ik moest maar zoveel warme kleding meenemen als mogelijk was want het zou een ongemakkelijk verblijf worden op Bouvet. Dat eiland was volgens hem de ongezondste en koudste plek op aarde. Voor geen goud zou hij daar aan land gaan. Zijn opmerkingen zorgde ervoor dat mijn vastberadenheid toenam. Nu wou ik nog meer op die ijsklomp QRV zijn, ondanks barre omstandigheden. Want dat was toch de reden dat ik aan boord van het schip was.Na zonsondergang ging ik aan dek en bewonderde het Zuiderkruis, wat nu iets hoger aan het firmament te zien was. Het werd duidelijk kouder, de golven werden hoger en de lucht leek steeds blauwer van de kou te worden.O ja, ik moet nog over een incident op Gough eiland vertellen. Nadat ik een paar dagen QRV was vanaf het eiland gingen drie Russische schepen een paar mijl buiten de kust voor anker. Met de verrekijker konden we zien dat die Walvisvaarders ons aan het bespieden waren. De radio-officier van onze boot probeerde een paar keer contact te maken met de schepen, maak hij kreeg geen antwoord. Een paar uur later deed de Sparks alsof hij in gesprek was met Amerikaanse Walvisvaarders, en gaf aan dat er vijf Amerikaanse schepen naderden. Het resultaat was dat de Russen verdwenen voordat de zon opkwam.Zo zien jullie jongens, dat het niet alleen zendamateurs zijn die een QSO kunnen maken met geesten. Ik herinner me een dag dat de banden dicht waren en ik AC4YN voor de gein aanriep en een QSO met hem maakte. Na mijn Ghost QSO hoorde ik vijf stations die AC4YN aanriepen. Twee van hen stonden in het bovenste deel van de Honor-Roll. En een van die twee vroeg na een minuutje aan mij of ik gehoord had of AC4YN hem een rapport had gegeven. Er zijn dus altijd leuke dingen op de banden te horen. Als je maar goed luistertGusLees verder Deel 28