Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1967-05vrij vertaald door PA0ABMGus Browning story, Deel 23BechuanalandDe reis van Burundi naar Kigoma was een huiveringwekkende ervaring, neem dat van me aan jongens. Over gammele bruggetjes over diepe ravijnen, over slechte wegen, en absoluut geen enkel verkeersbord of richtingsborden. En gedurende de donkere uren veel wild op jacht, luipaarden, leeuwen, veel hyena’s en zelfs drie gorilla’s. En nog ontelbare andere dieren waarvan ik de naam niet eens weet. Zelfs John zag dieren die hij nog nooit had gezien. En hij woont toch al wat jaartjes in Wild Afrika. De hoofdweg was even slecht als de Bhutan/Thimphu weg waar ik jullie al een dia’s van heb laten zien. We vertrokken uit Burundi voorzien van genoeg extra water, benzine, boterhammen, en twee thermoskannen vol met koffie. Alles was op toen we in Kigoma arriveerden. Dit was echt het slechtste stuk Afrika dat ik gezien heb Het is echt Wild Afrika, vol van half naakte of geheel naakte inboorlingen. De mannen waren allemaal beschilderd en hadden absoluut geen glimlach op hun gezicht. Ik was blij dat ik in een veilige auto zat.Welke afstand we hebben afgelegd weet ik niet meer, ik denk zo’n 200 kilometer. Daar deden we 15 uur over, gelukkig zonder autopech. Vijftien uur lijkt veel maar sneller ging echt niet. Het eerste wat je moet doen als je een dorp binnenrijdt is naar de politie gaan, ook al wil je maar een paar minuten in het dorp blijven. Haast of niet, je gaat naar de politie. Na de nodige wachttijd en het invullen van een hoop formulieren kregen we de toestemming onze reis te vervolgen. Maar dit moest wel binnen twee uur gebeuren, langer mochten we niet in het dorp verblijven. Geloof me, die lui daar zijn echt autoritair, vanaf het moment dat we het politiebureau binnen kwamen tot het moment van vertrek.Voordat we bij het treinstation van Kigoma aankwamen werd nog een bezoekje gebracht aan de lokale markt. Ik kocht een flinke tros bananen, de laatste banaan at ik op kort voor aankomst in Johannesburg. En grappig jongens, ik vind bananen nog steeds lekker. Ik probeerde ook nog een paar foto’s van de markt te maken, maar dat had ik beter achterwege kunnen laten. Er ontstond behoorlijk wat tumult Een bont getooide inboorling schreeuwde boos naar me waarna andere inboorlingen driegend op met afkwamen. John wist me snel in de auto te krijgen waarna we full speed door reden. Geloof me jongens, die kerel was echt BOOS. En was moet ik nog veel leren. Als jullie hier ook foto’s willen maken vraag eerst of dat mag. En betaal daarna de gevraagde Shillings, want daar is het hun om te doen. We kwamen goed weg waarna ik bij het treinstation kon aansluiten in de rij voor het kopen van een kaartje. De geur van de inboorlingen voor en achter me in de rij was niet buiten te sluiten. Ik hou er niet van om op het laatste moment op de trein te stappen. Maar deze keer was het echt op het nippertje. Ik zat net in mijn cabine toe de trein uit Kigoma vertrok. Als ik te laat was geweest dan wat het echt de schuld geweest van die autoritaire politieman in dat dorpje.Deze mensen haasten zich nooit, doe dus geen moeite ze te spoed aan te sporen. Als je dat probeert worden ze nog trager. John sprong uit de trein met de woorden “See you from Bouvet Island”. Ik was op weg naar Dar-es-Salaam, en begon met het eten van een paar bananen. Maar ik mocht niet klagen. Dit was wat ik altijd had gewenst, Afrika bezoeken en leren kennen. Er was geen airoc in deze trein en eerste klas was er niet. Je zat gewoon gezellig samen met de boorlingen. Het enige andere wat ik kon doen is een beetje wandelen. Er is geen ander middel van transport, geen bussen, geen vliegveld, en geen weg. Het is dus de trein of lopen. Ik was op weg naar Itigi in centraal Tanganyika, en zou daar de bus pakken, richting Zuid Afrika.De treinreis naar Itigi duurde heel wat uurtjes tot 4 uur in de namiddag van de volgende dag. Ik was moe, vies, ik stonk, en zag er waarschijnlijk hetzelfde uit als de inboorlingen. Ik had absoluut geen zin “hoera” te roepen. Drie dragers sjouwden mijn spullen naar de bus. Ik hield ze onderweg goed in de gaten, je raakt snel dingen kwijt, en dat mocht nu niet gebeuren. ik was op weg naar Bouvet eiland en kon niets missen van mijn spullen. En ik had geen tijd meer om dingen te kopen, de klok tikte en er was nog maar weinig tijd over. De bus, die uit Nairobi was vertrokken arriveerde twee uur later dan gepland. Een kaartje voor de bus had ik al, maar er stond een behoorlijke rij mensen die ook met de bus mee wilden. Ik had de dragers instructies gegeven en toen de bus stopte gooide ze mijn spullen onmiddellijk boven op het dak de bus. Ik stormde op de chauffeur af, toonde hem mijn kaartje, en gaf hem een flinke fooi. Als dank kreeg ik een plaatsje op de eerste rij aangewezen. Tone de overvolle bus vertrok stond er nog een flinke rij inboorlingen beteuterd te kijken. Zij moesten maar op de volgende bus wachten. Misschien staan ze nu nog op de bus te wachten.De weg leek wel een wasbord en de chauffeur reed de juiste snelheid zodat je elke ribbel van het wasbord voelde. Ik bleef maar denken aan mijn spullen daarboven op de bus. Hoeveel hoofdpijn zou het me kosten om naderhand alle losse verbindingen te herstellen vroeg ik me steeds af. Er lag van alles boven op de die bus, fietsen, dozen, radioapparatuur, manden met kippen en god weet wat nog meer. En ook nog mijn bananen, die had ik nog steeds bij me, al had ik er weer wat van opgegeten. Maar hoe kon ik aan water komen?Uiteindelijk stopte de bus zodat een paar passagiers konden uitstappen en anderen erbij kwamen. Iedereen liep met een roestige kruik naar een bron en tapten was geelachtig water, dat merkwaardig rook. Ik had een papieren beker meegenomen uit Itigi, tapte ook wat water, en deed een zuiveringspil in de beker. Nadat de zuiveringspil was opgelost dronk ik de beker leeg. Vies, maar het was in elk geval water. Veel inboorlingen hadden enkel een staanplaats, met een beetje heen en weer geduw kon er nog een passagier bij. Als ik blind was geweest dan had ik toch geweten dat ik in Afrika was. Iedereen rook naar stof, zweet en ongewassen kleding. Ik durf te wedden dat die kleding nog nooit gewassen was. Gelukkig ruik je dat na een poos niet meer, je gaat zelf als een van hun ruiken. Ik werd in elk geval met respect behandeld en er kwam nooit iemand naast me zitten.Na een dag reizen stopte de bus bij zonsondergang bij een van die “tourist huts” langs de weg en kon ik voor één dollar fatsoenlijk slapen. Bij aankomst krijg je een kop thee, en s ’morgens word je op tijd gewekt met een kop thee. De bedden zijn goed en er is zelfs een muskietennet aanwezig. De buschauffeur haalde me op en reed dan naar het kleine busstation om de andere passagiers op te pikken. Die hadden daar gewoon op de grond geslapen. Als het lunchtijd was werd ik naar een theehuis gereden waar je voor weinig geld goed kon eten. Die lunch was steeds de enige fatsoenlijke maaltijd per dag. Maar ja, s ’avonds heb je ook honger, en eet je toch wat, ook al is het gezouten vis en gezouten weet ik veel. Samen met de inboorlingen. En dan ga je aan tafel zonder stropdas.I herinner me die keer dat er gestopt werd bij een theehuis in Noord Rhodesië. De temperatuur was rond 44 graden Celsius. Aan de muur van het theehuis hing een bordje “Admitted only with tie and coat”. Ik ging binnen in mijn T-shirt dat eens wit was geweest, en kreeg te horen dat ik ongewenst was. “Mijn kostuum en stropdas zit in mijn koffer boven op de bus, en het is 44 graden” gaf ik als antwoord. Ik herinner nog dat ik ze de dubbele prijs beloofde te betalen als ik daar maar mocht eten. Maar dat hielp niks, ik werd niet toegelaten. Helaas, pindakaas, en later zat ik weer samen te eten met de andere passagiers van de bus. Juist ja, weer die gezouten vis, en dat andere onbekende gezouten spul.Drie dagen lang zag ik geen enkel blank gezicht. Ik zag Afrika op een indringende manier, dat moet ik toegeven. Bij elke grensovergang moesten we allemaal mee het grenskantoor in, en moesten steeds dezelfde vragen beantwoorden. Of ik een vuurwapen bij me had, of ammunitie, of alcoholische drank, of bandrecorders, en zelfs of ik transistor radio’s meesleepte. Natuurlijk was mijn antwoord ook steeds hetzelfde. NEE. Maar nergens werden mijn koffers opengemaakt, alle apparatuur belande ongecontroleerd in Johannesburg, Zuid Afrika. Die grens-ambtenaren dachten zeker dat iemand die met een bus zo’n reis ondernam zeker niks van waarde bij zich kon hebben.Mijn eerste stop was bij Shorty, VQ2EW (ik denk dat dat zijn call was) en zijn mooie vrouw. Shorty had genoeg Cokes in zijn koelkast. Ik begrijp dat hij en zijn vrouw nu weer terug zijn in ZS6 land, hun land van herkomst. Shorty liet me zijn omgeving zien, de plekken waar de inboorlingen woonden, de markt enz. Ik installeerde mijn spullen in zijn shack en maakte flink wat QSO’s met mijn vrienden in de USA en andere landen. Ik vertelde Shorty over mijn voorgenomen trip naar Bouvet, Tristan da Cunha en Gough eiland. Shorty gebruikte een quad die zijn prima liet aanpassen aan mijn apparatuur. Toch was de SWR minstens 4:1 maar dat gaf geen enkel probleem. De afstraling naar Amerika was uitstekend en meer dan eens denderde de signalen met 59+++ binnen. Soms luisterde ik een beetje rond op de banden. En als ik dan iemand hoorde zeggen “Waar zou Gus nu weer zitten” dan schakelde ik de zender in en zei dan “Hier ben ik, wat kan ik voor je betekenen”. Dat gaf altijd een schokeffect. Haha.En verder ging het weer, in die bus richting Johannesburg. Deze keer in een bus die nog gammeler was dan de vorige. We passeerden de fantastische Zambesi watervallen. Volgens mij zijn die nog groter en ruiger dan de Niagara-watervallen. Het was al laat in de namiddag en te donker om foto’s te nemen. Ik maakte wel wat foto’s maar later bleken alle foto’s te donker. De bus ging verder door Zuid-Rhodesië en daarna door een deel van Bechuanaland (ZS9) zonder te stoppen behalve voor eten. Een vergunning voor ZS9 land bleek een onmogelijke opgave voor me, de tijd ontbrak me gewoon. Ik moest op tijd in Kaapstad zijn voor die bootreis naar Bouvet Eiland. En Bechuanaland was niet anders dan een miserabel plekje op aarde.Het landschap van Zuid-Afrika veranderde dramatisch. Het was net alsof is vanuit het Afrika van 1800 terugkeerde in het hedendaagse Amerika. Direct na het passeren van de grens veranderde het wasbord wegdeksel in een mooie brede asfalt autoweg. Het bracht herinneringen terug aan de New Jersey Turnpike. Later bleek dat de wegen in Zuid-Afrika allemaal van deze kwaliteit waren.Dat is alles deze maand jongens.BOUVET HERE I COMEGusLees verder Deel 24