Jagen op DX zit in mijn genen gebakken. Reeds op jonge leeftijd, voordat ik zendamateur was, wou ik al alles weten over verre landen, vreemde volkeren en culturen. Dat is vandaag de dag nog steeds zo.. Op weg naar het DXCC Ik had zelf een zender en ontvanger gebouwd, en daar was ik mee in de lucht. Op 40 meter wel te verstaan, want de zender was een 1 lamps geval, met een vaste frequentie. 7000 Kc. Het bleek later dat de frequentie echter iets onder 7 000 Khz lag. Maar wie daarop let was een kniesoor. Ik kocht begin 1965 een oude legerzender van een amateur (Martin, PA0BU) die in Den Bosch woonde. Ik zat toen op vliegbasis Twente. Er moest wel een voeding voor gebouwd worden, waardoor het nog een poos duurde voordat ik met dat apparaat kon zenden. Het was een Collins TCS-12, een AM/CW zender waarmee je op 80 meter en 40 meter kon zenden. En op 160 meter, maar daar had ik geen antenne voor (en geen ontvanger). De voedingstrafo had ik bij een zendamateur uit Enschede (of was het nu Hengelo) op de kop kunnen tikken, maar dat apparaat was behoorlijk zwaar. Het heeft heel wat zweetdruppeltjes gekost om dat geval te verplaatsen van vliegbasis Twente naar Palemig. Ik was blij toen ik met die trafo eindelijk thuis arriveerde. De antenne was een Langdraad die van onze slaapkamer naar het einde van de tuin liep. Van BCI en van TVI was gelukkig geen sprake. Mijn ouders hebben nooit klagers aan de deur gehad die kwamen vertellen dat ik stoorde. Maar er waren wel boze duivenmelkers in de buurt die vonden dat die draad het gedrag van hun postduiven verstoorde. Op 16 april 1965 maakte ik voor het eerst van min leven een legaal AM QSO, dat was met Martin, DJ8VM. Een maand daarvoor had ik nog een CW QSO gemaakt mer Martin. DJ8VM was dus de eerste amateur met wie ik in twee verschillende uitzend modes een QSO had gemaakt. In die tijd stotterde ik nog steeds, en het was niet makkelijk om de microfoon te gebruiken, en tegen vreemde mensen te praten. Maar het ging me steeds beter af, enik begin steeds minder te stotteren. Door mijn duitse zendvrienden (en dat waren er heel wat) werd ik P-A-nul-Alte-Butter-Milch (ABM) genoemd. Ik herinner me nog die keer dat de eerste buitenlandse Zendamatuer bij ons op bezoek kwam in Palemig. DL8PJ, Wenzel uit Alsdorf (direct over de grens bij Kerkrade) zat gezellig met mijn moeder te kletsen toen ik thuiskwam. het waren niet alleen mensen bin de buurt van Palemig waarmee ik bevriend raakte. Daar zat ook een Oost Duitser bij, DM3WYF, Frank uit Forst, en een Noor, LA8CF Arne uit Asnes. En natuurlijk die Zwiser, HB9ADB, Din uit Regensdorf. Arne uit Asnes, Sandefjord was getriouwd met een Nederlandse, Tilly. En Din was een nederlander, getrouwd met Riny ook een Nederlandse. Hij had in Echt (Limburg) gewoond. Allemaal zendamateur-vrienden vanaf het eerste jaar dat ik de Ether begiin te vervuilen met spraak en morse signalen. En nu terwijl ik dit typ in 2017, zijn het nog steeds goede vrienden. DX is.., Wino PA0ABM.

De eerste QSO’s

DE TCS-12 van Collins. Wat een aanwinst voor een beginnende zendamateur.
Jagen op DX zit in mijn genen gebakken. Reeds op jonge leeftijd, voordat ik zendamateur was, wou ik al alles weten over verre landen, vreemde volkeren en culturen. Dat is vandaag de dag nog steeds zo.. Op weg naar het DXCC Ik had zelf een zender en ontvanger gebouwd, en daar was ik mee in de lucht. Op 40 meter wel te verstaan, want de zender was een 1 lamps geval, met een vaste frequentie. 7000 Kc. Het bleek later dat de frequentie echter iets onder 7 000 Khz lag. Maar wie daarop let was een kniesoor. Ik kocht begin 1965 een oude legerzender van een amateur (Martin, PA0BU) die in Den Bosch woonde. Ik zat toen op vliegbasis Twente. Er moest wel een voeding voor gebouwd worden, waardoor het nog een poos duurde voordat ik met dat apparaat kon zenden. Het was een Collins TCS-12, een AM/CW zender waarmee je op 80 meter en 40 meter kon zenden. En op 160 meter, maar daar had ik geen antenne voor (en geen ontvanger). De voedingstrafo had ik bij een zendamateur uit Enschede (of was het nu Hengelo) op de kop kunnen tikken, maar dat apparaat was behoorlijk zwaar. Het heeft heel wat zweetdruppeltjes gekost om dat geval te verplaatsen van vliegbasis Twente naar Palemig. Ik was blij toen ik met die trafo eindelijk thuis arriveerde. De antenne was een Langdraad die van onze slaapkamer naar het einde van de tuin liep. Van BCI en van TVI was gelukkig geen sprake. Mijn ouders hebben nooit klagers aan de deur gehad die kwamen vertellen dat ik stoorde. Maar er waren wel boze duivenmelkers in de buurt die vonden dat die draad het gedrag van hun postduiven verstoorde. Op 16 april 1965 maakte ik voor het eerst van min leven een legaal AM QSO, dat was met Martin, DJ8VM. Een maand daarvoor had ik nog een CW QSO gemaakt mer Martin. DJ8VM was dus de eerste amateur met wie ik in twee verschillende uitzend modes een QSO had gemaakt. In die tijd stotterde ik nog steeds, en het was niet makkelijk om de microfoon te gebruiken, en tegen vreemde mensen te praten. Maar het ging me steeds beter af, enik begin steeds minder te stotteren. Door mijn duitse zendvrienden (en dat waren er heel wat) werd ik P-A-nul-Alte-Butter-Milch (ABM) genoemd. Ik herinner me nog die keer dat de eerste buitenlandse Zendamatuer bij ons op bezoek kwam in Palemig. DL8PJ, Wenzel uit Alsdorf (direct over de grens bij Kerkrade) zat gezellig met mijn moeder te kletsen toen ik thuiskwam. het waren niet alleen mensen bin de buurt van Palemig waarmee ik bevriend raakte. Daar zat ook een Oost Duitser bij, DM3WYF, Frank uit Forst, en een Noor, LA8CF Arne uit Asnes. En natuurlijk die Zwiser, HB9ADB, Din uit Regensdorf. Arne uit Asnes, Sandefjord was getriouwd met een Nederlandse, Tilly. En Din was een nederlander, getrouwd met Riny ook een Nederlandse. Hij had in Echt (Limburg) gewoond. Allemaal zendamateur-vrienden vanaf het eerste jaar dat ik de Ether begiin te vervuilen met spraak en morse signalen. En nu terwijl ik dit typ in 2017, zijn het nog steeds goede vrienden. DX is.., Wino PA0ABM.

De eerste QSO’s

DE TCS-12 van Collins. Wat een aanwinst voor een beginnende zendamateur.