Op zoek naar het boek Africa the Adventure, vond ik in de bibliotheek een ander boek van Attilio Gatti,
uitgegeven door Meulenhoff. Misschien is het verhaal dat ik vond, wel echt de eerste expeditie, echter
niet opgezet voor het maken van QSO's
Source: Mistiek Afrika, 1955, door Ton Schilling
From Tom-Toms in the Night & Black Mist, by Attilo Gatti
Bewerkt door Wino, PA0ABM
DE STEM
Ik geloof, dat het feit dat onze expeditie over een eigen radiostation beschikte, er schuldig aan was, dat
wij reeds drie kilometer buiten Stanleyville, op een plantage, ons eerste kamp opsloegen. Natuurlijk,
tegen elkaar zeiden we: "We moeten de boel nog aangeven en controleren of er geen schade is
aangericht door de reis, en we moeten er nog eerst mee experimenteren, want als we straks diep in de
wildernis zitten, hebben we geen kans meer om eventuele
mankementen en zo, snel in orde te brengen. . ." En nog een hoop
meer argumenten brachten we te berde en wij knikten tegen elkaar -
maar in werkelijkheid waren wij brandend nieuwsgierig en ongeduldig
om onze stem in de aether te sturen.
Met alle bagage kwamen ook de kisten het kamp binnen: stevige
kisten met bescharnierde deksels, fikse sloten er op, prachtig
beschilderd met de aanduiding dat ze het zendstation OQ5ZZ van de
l0e Afrikaanse Gatti-expeditie bevatten, - en nog duidelijker de
waarschuwingen, compleet met vette pijlen: "Deze kant boven - radio-
apparatuur - breekbaar - voorzichtig". Dat was bedoeld voor elke inboorling, die ermee te maken kreeg,
en die ze derhalve met dat nooit-missende talent ondersteboven versjouwde en vaker en harder met ze
smeet dan met de andere kisten. . .
We stonden er allemaal omheen, toen Charlie ze, met een bijna plechtig en tegelijk liefderijk gebaar,
ontsloot. Daar lag onze onrust, onze nieuwsgierigheid, ons ongeduld. . .
"Wel. . ." zei Charlie . . . "laten we ze proberen. Waar en hoe wil je ze opgesteld hebben?"
Op dat ogenblik overviel me een gevoel van grote onzekerheid. Ze keken allemaal naar mij, vol
verwachting en vertrouwen. En . . . en . . . en ik had zo'n zend- en ontvangstation nog niet anders
gezien dan al kant en klaar in elkaar gezet, compleet met de opstelling van de antenne en zo meer. . .
en ik wist ièts van knopjes en handletjes en wijzertjes . . . maar om nu zo uit het hoofd, met wat
instructieboekjes in de hand - wie was de optimist, die ze duidelijk en overzichtelijk noemde? - zèlf een
station in elkaar te goochelen, daar. . . "Hoor 's hier, brave," zei ik ietwat te autoritair, "wie is hier de
electricien, jij of ik? Wij zijn op safari gewend, elk ons eigen werk te doen, ga dus meteen maar je gang.
Trouwens, ik heb wel wat anders te doen, dan me hiermee bezig te houden. . . Tussen twee haakjes: je
weet hoe mrs. Dorothy Hall zich voor ons heeft uitgesloofd, het is dus niet minder dan een kwestie van
plicht, dat wij ons eerste contact met háár zoeken. Vertel me dus maar, wanneer je denkt klaar te zijn,
dan stuur ik haar een telegram van be- houden aankomst en deel haar mee, dat ze ons op die en die
tijd in de lucht kan verwachten. En dat telegram moet er liefst vandaag nog uit, want dan heeft ze nog
tijd, om haar collega's een seintje te geven. . ."
Het klonk zeer beslist en overtuigend, en Charly knikte me dan ook toe en iedereen had respect in de
ogen vanwege zo'n vlotte beslissing van de expeditie-leider. "Het is nu de 15e. . ." stelde Charly voor, " .
. . wat denk je ervan, als ik de boel de 25e te middernacht gereed heb voor een uitzending?" Aldus werd
besloten. En met omhooggestroopte mouwen, een keur van de beste helpers te zijner beschikking,
geestdrift in de ogen en alle instructieboekjes om zich heen opengespreid, stortte Charley zich op de
kisten.
Eerste moeilijkheid:
Charley berekende nauwkeurig, in welke richting de grote V-antenne moest worden opgehangen, opdat
de golven zo zuiver mogelijk naar New York zouden worden uitgestraald. Maar tussen de 60 meter
lange, armen van deze V bevonden zich verschillende mierenheuvels op de kop van tamelijk hoge,
dichtbegroeide heuvels, - en in de handleidingen stond, dat zich tot zes meter onder de antenne-armen
geen hindernis mocht bevinden, en dat de antenne het best ongeveer negen meter boven de grond kon
hangen.
Het klinkt als een overspannen denkbeeld, nietwaar, om honderden kubieke meters aarde te
verplaatsen alleen maar om er een antenne op te kunnen plaatsen. . . De Belgische plantage-eigenaar
echter zei, dat hij het maar wat best vond, dat die vervloekte mierennesten daar verdwenen, het was
trouwens de stille tijd en honderden van zijn arbeiders hadden toch niets te doen, wij konden dus over
ze beschikken.
En zo werd dat denkbeeld realiteit, een dagenlange zwetende, zwoegende realiteit van honderden
mannen, resulterend in een slanke, hoge mast, die als een belofte alvast in de aether prikte en ons,
leden van de expeditie, en alle inboorlingen die er naar keken, hogelijk opgewonden maakte.
De 25e was Charley gereed.
Of ik al die tijd niet nauwgezet zijn vorderingen had gadegeslagen en van de hele boel niets afwist, - zo
officieel en plechtig kwam hij het me zeggen: "De boel is gereed. . . we kunnen vannacht de wereld
oproepen!"
Ik schonk een borrel.
En door mijn hoofd spookte dat denkbeeld: vannacht... vannacht.. . . dan zItten er honderden, misschien
duizenden vreemden, in Amerika en elders, voor hun ontvangapparaten, en draaien als krankzinnigen
aan allerlei knoppen, om als eersten de stem op te vangen van station OQ5ZZ . . . Wat een denkbeeld!
Ik schonk nog een borrel
De 29e 'smiddags kwam een inboorling van het postkantoor naar ons kamp gefietst en overhandigde
mij een telegram. Het kwam van mrs. Dorothy Hall: "Heb niets opgevangen; heb je de afspraak
vergeten?" De afspraak vergeten? . . . of wij niet van angst en misère en levensmoeheid gezweet en
gehuild hadden in die nacht van de 25e, en alle nachten daarna, bij de Hallicrafter-ontvanger, waar
doorheen honderden geagiteerde stemmen kwamen van: "Hallo OQ5ZZ... hallo
OQ5ZZ... kunt u mij horen? kunt u mij horen? . . . hier W21XY (of een andere
code) - hier W21XY . . . hallo OQ5ZZ. . . hallo Gatti-expeditie. . . kunt u mij
horen?" . . . Honderden stemmen, roepend, pleitend, bezorgd, nerveus. . .
Of wij de afspraak vergéten hadden? . . . wij in onze onmacht om ook maar één
woord de lucht in te zenden? . . . Ha! het was of men ons gekneveld had en
een prop in de mond gestopt, terwijl ons gehoor welhaast boyenmenselijk fijn
en scherp werd. . .
Vergeten?
Charley en ik, wij hadden de laatste vijf dagen weinig anders gedaan dan onze
kostbare apparaten vervloekt en uitgescholden en bijna in elkaar getrapt. We hadden gedraaid en
gemorreld aan alle knoppen en switches en handles, die er maar aan vast zaten, in alle denkbare
combinaties, - wij klopten en schopten tegen het apparaat, hielden het omgekeerd en op zijn zijde, nu
eens links en dan weer rechts, - we hadden door buizen geblazen en schroefjes los- en vastgedraaid,
verbindingen verbroken en weer vastgesoldeerd, met schroevendraaiers en stokjes gepeuterd tussen
twee millioen pietepeuterige draadjes, wij hadden gebeden en gevloekt en wij leefden op de rand van
krankzinnig worden en uitputting. . . en wij hadden gebruld en gejankt door de microphoon tot het ons
zwart voor ogen zag: "Hier OQ5ZZ . . . hier de 10e Afrikaanse Gatti-expeditie in Belgisch Congo. . .
Amerika, kunt u ons verstaan? . . ." De een riep het, de ander rukte en draaide aan alle knoppen
tegelijk, schopte en omarmde het apparaat radeloos: "Wij roepen Amerika! . . . Amerika dan toch! . . .
hier OQ5ZZ! . . . hallo? hallo? . . . halló!!!" (Niets - weer niets - weer niets - niets - weer niets - niets!) "
Hier is (niets - niets - niets!!!) en spreekt uit Belgisch Congo naar Amerika. Hallo?! hallo?! Amerika. . .
Amerika!!!" 0 vervloekt- vervloekt - vervloekt. . . niets - niets - helemaal en nooit niets!
Op de 30e ging ik naar Stanleyville. Een gebroken man.
Mrs. Dorothy Hall kreeg een telegram: "Afspraak niet vergeten - ontving jullie duidelijk doch kon zelf niet
uitzenden - rot apparaat."
Toen het telegram er uit was, ging ik naar de Belgische bestuursambtenaar om wat zaken te regelen.
Een boom van een kerel, verweerd, zo zwart als een neger en met een gezicht als een doorlopend
onweer, geen mens had hem ooit zien lachen. Maar ditmaal, zo dat hij mij zag, straalde zijn gezicht, en
hij schudde me fanatiek beide handen: "Kerel, kerel! Ik dacht, dat ik nogal wat Engels kon, maar jullie
hebben me van die waanidee radicaal genezen! Wat ik in de laatste dagen over jullie zender opving,
staat in geen enkel boek, formidabel wat een rijke taal hebben jullie. . . mijn toestel staat er nog van te
bekomen!"
Ik stond perplex. Voelde mijn hoofd uitzetten tot tweemaal normale omvang. Stotterde er maar wat op
los: " . . . Niet de bedoeling dat 't werd afgeluisterd... privé-opmerkingen... ellendig apparaat... snap er
niets van. . . dode zone, want Amerika hoorde niets. . ." Maar de man woof alle smoesjes weg, zijn
enthousiasme was echt gemeend en grenzeloos: "Schei uit, zeg. . . 't was prachtig! Prachtig!!! Moet je
de lui in de soos erover horen! . . . en niet te vergeten de dames, als die onder elkaar zijn!"
Wij braken ons station af. Terneergeslagen. Verdrietig. Niet eens meer boos of opstandig. We namen de
kisten nog wel mee naar ons basiskamp. Inghiresa, stamhoofd, liet ze door zijn beste dragers brengen.
Ondersteboven natuurlijk, - maar dat is al een oud grapje. We lieten ze eerst enkele dagen staan,
wrokkend over de eerste nederlaag en hielden ons met andere zaken bezig. Toen kwam de dag, dat
Charley ze toch opende.
En hij vroeg mijn toestemming om de Hallicrafter van kist 46, die wij in ons vorig kamp hadden
geprobeerd, uit elkaar te halen. Ik knikte. Twee uur later kwam hij me halen. Met rode kop en driftige
bewegingen. De kamptafel in zijn tent was een uitstalling van radio-onderdelen. En op een brede plank
op de grond, lag, als een ontweid dier, het zendapparaat.
"Dáár!" wees Charley. ' Ik bukte me. Charley peuterde met een schroevendraaier. Toen siste en
sputterde en kankerde er iets in de buik van de zender. En even later haalden wij er een
verschrompelde, maar springlevende en vreselijk kwade hoornkameleon uit, die zich nog erger opwond
in de versperringen van buisjes en draden, waar wij hem tussenuit trokken. . .
Wanneer, en hoe dat stuk ongeluk in onze zender terecht was gekomen, is altijd een raadsel gebleven.
Maar Afrika is een land van raadsels. En, waarom of zijn aanwezigheid in de buik van het apparaat de
functionnering saboteerde, is ook een van die raadsels.
Zes dagen later zonden wij uit.
Vanaf een reusachtige open plek op een heuvel, waar drie bomen nog stonden. Pygmeeën hadden de
antenne daar hoog boven gehesen en bevestigd. Wij schakelden die nacht in, druipend van zweet en
nervositeit, en ik geloof, dat mijn stem niet zo dapper en zelfverzekerd heeft geklonken, als wel hoort bij
een aankondiging als: "Hallo - hallo!!! hier is OQ5ZZ . . . de 10e Afrikaanse Gatti-expeditie in Belgisch-
Congo . . . ! OQ5ZZ roept Amerika. . . roept Amerika!!!"
Het werd een triomf.
Over de hele wereld hoorde men onze stemmen.
En wij kregen een brok in de keel, toen na het overschakelen op de ontvanger, wij van honderden
kanten enthousiast hoorden: "Hallo OQ5ZZ! . . . hallo Gatti-expeditie! . . . hier de zus-en-zoveel. . . ik
ontvang u uitstekend - ik ontvang u uitstekend... Gelukgewenst, vriend! . . ."
Lees verder: Geen Magie
Blanke magie
Het verhaal van OQ5ZZ